|
EnkelprotheseDe enkelprotheseAlhoewel voor een versleten enkel nog steeds de enkelarthrodese (vastzetten) (zie aldaar) de methode van eerste keus is, wordt e naarstig gezocht naar nieuwe methodes om ook voor dit gewricht een prothese te maken welke langdurig kan overleven. Problemen bij de enkelprotheseEr zijn een aantal specifieke problemen welke voor elk gewricht uniek zijn bij de ontwikkeling van een kunstgewricht. Bij de enkel is dat: De belastingWanneer we een kilometer lopen heeft de enkel een gewicht gedragen van 40 ton. Het dragende oppervlak van de enkel is echter slechts 1/5 van dat van de heup en knie. Verder is de enkel niet simpel een scharniergewricht maar vinden er ook draai- en schuifbewegingen plaats. Omgevende weefselsOm de botten van het enkel en het gewricht zelf zitten alleen pezen en huid. De bedekking is dus heel kwetsbaar met snel wondstoornissen en infectie als gevolg. StabiliteitVaak zien we dat door herhaalde letsels ook de banden van de enkel van slechte kwaliteit zijn. Hierdoor is het moeilijk om het nieuwe gewricht goed uit te balanceren zodat het in alle bewegingsrichtingen stabiel is. Een gevolg van instabiliteit is snellere loslating. SlijtageEen kunstgewricht dat zo zwaar belast wordt over een zo klein oppervlak heeft natuurlijk ook last van snellere slijtage van de onderdelen. Design van de prothese
De tweede generatie protheses waar we nu mee te maken hebben zorgt juist dat de onderdelen van de prothese zo gemakkelijk mogelijk ten opzichte van elkaar kunnen bewegen en laten ook enige beweging toe in andere richtingen. Daarmee moet ook de rest van de voet ontlast kunnen worden. Een voorbeeld van zo’n prothese is de Buechel-Papas ankle prosthesis (zie fig). Hierbij is de onderzijde van het deel dat in het scheenbeen komt vlak. Hiertegen schuift een plastic deel dat aan zijn onderzijde een richel heeft staan. Deze scharniert dan met het weer stalen deel in de talus. Gesponsorde links:
|
QuickpollKoopt u weleens iets online?
Alle MediStart websites
|



De eerste generatie enkelimplantaten ging uit van een scharnierprincipe. Met name om het gewricht zo stabiel mogelijk te krijgen was de prothese zelf ook heel beperkt in alle andere bewegingsrichtingen als het zuivere buigen en strekken. Het gevolg hiervan was echter een grote wrik op het implantaat en vroege loslating als gevolg. Dit ging weer gepaard met botverlies en een herhaalde ingreep met weer alle complicaties als infectie als gevolg. Helaas moest er nogal eens een amputatie uiteindelijk worden verricht.
