Hoofdstuk 10

 

 

SYNOVIALE MEMBRAAN

 

 

Bedekt niet-cartilagineuze intra-articulaire oppervlakten, en is analoog aan het basaalmembraan van andere weefsels. Los van structuren!

 

Functies

 

·       Voeding en afvoeren afvalstoffen

·       Biochemische homeostase

·       Volume en drukregeling

 

Ligamenten en menisci zijn avasculair en afhankelijk van synovium.

 

 

Cellen

 

Synoviocyten

Type A lijken op macrofagen afkomstig uit beenmerg.

Type B secreteren Hyaluron en komen uit extrasynoviale precursors.

Type C (AB of III).

De extracellulaire matrix bevat collageen type I, III t/m IV, fibronectine, tenascine, Laminine en geen elastine.

 

Bij RA toename expressie laminine en collageen type IV (basaalmembraan ook)

 

 

Structuur

 

30 micrometer dik, avasculair en aneuraal.

De subsynoviale zone kan vetweefsel of fibreus zijn en bevat wel bloedvaten en zenuwen. Daaronder bevindt zich het gewrichtskapsel.

 

Normale Synoviale Fysiologie:

 

De subsynoviale laag bevat meer capillairen dan spierweefsel.

Transport naar de gewrichtsruimte door diffusie, echter grotere moleculen zoals fibrinogeen worden tegengehouden. ( geen stolling in het gewricht )

 

Afvoer van afvalstoffen via de lymfebanen.

 

 

Synovium en stabiliteit

 

Door beweging ontstaat een negatieve druk omdat de afvoer efficiënter is dan de aanvoer (diffusie) en de gewrichtsoppervlakken plakken als het ware aan elkaar door de aanwezigheid van een klein laagje vloeistof. (stickyness) dit geeft intrinsieke stabiliteit.

 

Synoviale pathologie ontstaat als een van beide regelmechanismen gecompromitteerd is. Dan nl invasie van Polymorfonucleaire leukocyten (PMN) gevolgd door macrofagen, lymfocyten en mestcellen. Diapedese van selektinen en integrinen en ICAMS.

Synovium hyperplasie door mitose activiteit van de B-cellen ( bij RA doorgeschoten: PANNUS). Ook toename matrix maar bij RA niet van de nodige bloedvaten! Verder toename van IL 1, 6, 8, 10 en TNF bFGF TGFb etc.

 

Toename vochtproductie, meer eiwit, dunnere vloeistof die zuur en anoxisch wordt. De hydrops doet de stabiliteit van het gewricht afnemen en de Bonnetse stand geeft de laagste druk. Gevaar bij ontbreken van rust is dat door de verhoogde druk de bloedvaten afgekneld worden.

 

 

Synovium en “particles”

 

Bloed, kristallen, kraakbeendeeltjes Poly-urethaan, botcement, metaalpartikels worden geretineerd in het synovium waarna intracellulaire degradatie plaatsvindt. Vervolgens transport naar LNN.

 

Kristallen zijn snel afbreekbaar (30-90 dagen) en hemosiderose vertraagt de clearance hoewel de ery’s snel worden afgebroken door de synoviocyten. Sideromen blijven achter. IJzercomplexen in de cel geven ontsteking en toename van de collagenase expressie.

 

Daarom Arthropathieën na hemartrose. Ook losse partikels in het gewricht geven ontsteking waardoor lavage misschien goed werkt.

 

 

Infectie en Synovium

 

Micro-organismen komen via hematogene of traumatische weg. Purulente synovitis geeft snelle chondrolyse door bacteriële producten.