Hoofdstuk 11

 

 

LIGAMENTS:

STUCTURE, FUNCTION AND RESPONSE TO INJURY AND REPAIR

 

 

Normale structuur en functie van ligamenten

 

Anatomie:

Ligamenten zijn fibrous bands of dense connective tissue die botstukken verbinden.

Functie: stabiliseren en geleiden van gewrichtsbewegingen en ligamentomuscular reflex loop voor propriosepsis.

Verbinding met bot via insertie.

 

Microscopie ligament:

Cellen: vnl. fibroblasten die als geëlongeerde structuren parallelle aan de matrix structuren liggen.

Matrix: het materiaal om de cellen bestaande uit water (70%), collageen (65-90% van de resterende 30%).

Collageen: complexe proteïne. 3 polypeptide ketens vormen een tropocollageen molecuul. Tropocollagene units vormen fibrillen (klein) en fibers (groot). In ligamenten spelen collageen type I (90%), III en IV een rol. Andere componenten: proteoglycanen, elastine, fibronectine, laminine.

Relatief avasculair: soms vasculariteit tussen fibrillen via aanliggende weefsels.

Neurale voorziening: sensorische en proprioceptische vezels zijn geïdentificeerd.

Soms is er een epiligament, een schede met bloedvaten en zenuwen.

 

Biomechanica:

Tensile load (trek) leidt tot load-deformation (verlenging).

Bij een spanningrekkromme zijn er drie regionen te herkennen: toe region, linear region en failure region.

De toe is de aanloop totdat het ligament aangespannen is (straigthening of the crimp of the fibres).

De linear region: toegenomen belasting leidt tot toegenomen deformatie: de stijfheid van het ligament is hierin te herkennen. Stijfheid is de kracht die nodig is om via het ligament twee botten te verplaatsen.

Failure region: bij verdergaande belasting beginnen vezels het op te geven. In deze fase bepaalt de peak/ultimate load de structural strength.

 

Mechanische eigenschappen van ligamenten worden bepaald door de substantie waaruit het bestaat. Stress (force/area) en strain (change in length/resting length) bepalen samen modulus of elasticity.

Recruitment van vezels is gerelateerd aan de vezel organisatie.

Vezels in pezen liggen meer parallel dan in ligamenten. Daarom hebben juist ligamenten meer variabele structurele en mechanische eigenschappen.

Visco-elasticiteit = tijd en belastingsverleden afhankelijke eigenschappen.

Ligamenten die constant belast zijn zullen verlengen door creep (kruip). Als een ligament langere tijd op lengte gehouden is dan ontstaan stress-relaxation (toename in lengte en afname van spanning).

Ligamenten gedragen zich anders bij low-load en high-load.

 

 

 

Leeftijd:

Aanvankelijk zijn de inserties (botligament overgangen) zwakker dan meidsubstantie. Later draait dit om. Bij ouderdom neemt de stijfheid en de ultimate strength van de ligamenten af.

 

 

Trauma

 

Falen van ligamenten door progressieve sequentiële mechanismen van microvezel-failure.

 

 

Ligament-deterioration

 

Immobilisatie:

Verzwakt ligamenten. Dit is omkeerbaar door remobilisatie. De midsubstantie herstelt zich dan sneller dan de insertieplaatsen.

 

Cortisone injecties:

Zeker op korte termijn verlagen CCS hersteleigenschappen van ligamenten.

 

Gewrichtsontsteking:

Bij synovitis (RA) e.d. verzwakken ligamenten ook. Het is niet geheel duidelijk of dit door immobilisatie of direct ontstaat.

 

 

Ligament-healing

 

Na schade wordt weer een evenwicht hersteld tussen tensie en compressie = DYNAMIC EQUILIBRIUM THEORIE (figuur 11-6)

 

Healing response:

Zoals bij wondgenezing: haemorrhagisch fase (minuten-uren), inflammatoire fase (granulatie weefsel).

Proliferatieve fase (dagen-weken, vorming matrix), remodelleringsfase (weken-jaren, weefselverbetering).

Na significante schade van een ligament verandert de samenstelling definitief. “Low-load behaviors” herstellen relatief snel. High-load behaviors blijven vaak inferieur t.o.v. normaal.

 

Specifieke genezing van ligamenten:

ACL geneest slecht en MCL geneest goed. Waarschijnlijk a.g.v. locatie van het ligament. (intra vs extra-articulaire). Het kan ook te maken hebben met een verschillende locatie (zie dynamic equilibrium theorie fig. 11-6).

 

Ligament repair:

Suture repair, mobilisation en joint stability zijn factoren van belang.

Door hechten matige verbetering van structurele sterkte. Beweging in stabiele gewrichten tijdens genezing zorgt voor grotere en sterkere littekens. Immobilisatie bewerkstelligt het tegenovergestelde.

Wederom geldt het dynamic equilibrium model: bij gecombineerde letsels van ACL en MCL geneest het MCL slechter dan normaal, waarschijnlijk door weer juist te veel stabiliteit.

 

Ligament reconstruction:

ACL: geen enkele ACL graft is zo gelijk aan de primaire kruisband wat betreft structurele en mechanische eigenschappen.

Herstel van de ACL graft houdt in: eerste week necrose, 6-8 weken bloedvatingroei met cel en matrixproductie. Dan maanden tot jaren remodellering.

 

 

Toekomst

 

Groeifactoren, specifieke belastingen tijdens genezing.