Hoofdstuk 13
Anatomie
Perifere zenuwen zijn
alle nerveuze structuren buiten centraal zenuwstelsel, ruggenmerg en
hersenstam.
Somatische perifere
zenuwen zijn efferente zenuwen (naar spieren toe).
Afferente zenuwen
lopen vanaf de huid en diepe sensoren receptoren (o.a. spieren en pezen).
Autonome
zenuwstelsel: sympathische en parasympathisch.
Zenuwcellen van
somatische perifere zenuwen liggen in hersenstam of ruggenmerg (voorhoorncellen
of in centrale grijze massa).
Axon loopt vanuit cel
naar wortels.
Ventrale en dorsale
wortels vormen samen spinale wortel. Deze spinale zenuwen verlaten het
ruggenmergkanaal door neurale foramina en scheiden zich in dorsale en ventrale
rami.
Sensore cellichamen
zijn geclusterd in dorsale wortelganglia in intervertebrale foramina.
Alle spieren die
verzorgd worden door een ventrale zenuwwortel behoren tot een myotoom, meeste
spieren worden verzorgd door een zenuw maar ontvangt innervatie door twee of
meer wortels.
Een huidgebied die
verzorgd wordt door een individuele dorsale zenuwwortel is een dermatoom.
Autonome systeem: craniosacraal divisie (parasympaticus)
thoracolumbaal
divisie (sympaticus)
Craniale deel van
parasympaticus divisie kot van preganglionale nuclei in de hersenstam (nervus
III, VII, IX, craniale en sacrale deel, pupilspieren, speekselklieren, nervus
vagus)
Sacrale deel: (S2-4).
Sympaticus:
Ganglion neuronen in
anteromediale deel thoracolumbale ruggenmerg (C8-L2), axonen lopen samen met
spinale zenuw en vormen paravertebrale ganglia, sommigen voren mesenteriale
ganglia (regelen perifere bloedvaten, zweetklieren, spieren haarfollikel).
Microscopische anatomie van perifere zenuwen:
Perifere
neuron: cellichaam
(soma of perikaryon) en axon
Axontransport
mechanismen: antegrade (centrifugaal)
retrograde
(centripetaal)
Neurotransmitters
en axonale membraan componenten worden snel getransporteerd door snelle
antegrade transport (400 mm/dag)
Snelle
retrograde transport (250 mg/dag)
Traag
transport (1 mm/dag)
Dendrieten
zijn korte cytoplasma uitlopers vanuit cellichaam (membraanoppervlak zit vol
met synapsen)
Axon
heeft dubbel membraan.
Axonen
zijn gemyleliniseerd of niet (meerderheid); Schwannse cellen zijn
ondersteunende glial cellen.
Gemyeliniseerde
axonen zijn ieder omringd door Schwannse cellen, ongemyeliniseerde axonen zijn
in groepjes die omringd worden door Schwannse cellen.
Knoop
van Ranvier:
Gat
tussen myeline schede; door deze structuur van myeline en knopen van Ranvier
wordt een voortgeleidingssnelheid bereikt van 40-70 m/sec; hoe dikker de
myelineschede hoe sneller de voortgeleiding.
A
vezels: gemyeliniseerd, somatisch, grootste, snelste (20-70 m/s)
B
vezels: klein, gemyeliniseerd, efferent, autonoom zenuwstelsel
C
vezels: ongemyeliniseerd, traag (0.5-2 m/sec)
Gemyeliniseerde
en ongemyeliniseerde axonen zijn gebundeld tot fascicels die omringd zijn door
dun bindweefsel (perineurium)
Endoneurium
ligt in perineurium, ruimte bevat axonen, bindweefsel, klein capillaire en
extracellulaire vloeistof.
Longitudinaal
georiėnteerde endoneurale collageen en circumferentiale perineurale en
epineurale collageen beschermt tegen compressie en trauma en geeft trekkracht.
Vasculariteit
door segmentale takken van bijgelegen arteriėn, komen binnen als vasa nervosum.
Reactie op beschadiging
Indeling
trauma:
- neuropraxie: axonen intact, maar niet in staat tot
voorgeleiding door focale demyelinisatie.
- Axontmessis: onderbreking axonale integriteit.
- Neurotmesis: onderbreking axonale integriteit en
beschadiging Schwannse cellen.
Sunderling
indeling:
1.
neuropraxie
(zie boven)
2.
axontmesis
axonale degradatie, intact endoneurium
3.
axontmesis
endoneurium onderbroken, intact perineurium, axonale degradatie
4.
axontmesis
perineurium en endoneurium onderbroken, intact epineurium, axonale degradatie
5.
Neurotmesis
complete zenuwonderbreking
Na
beschadiging paraesthesie en pijn door beschadiging, ischaemie of neuroom.
Neuropraxie en acute compressie
Compressie:
3 verschillende letsels:
1.
conductie
blok: geheel reversibel als compressie verdwijnt, benen over elkaar (tijdelijke
ischaemie)
2.
Persisterende
conductie blok (neuropraxie) of Walleriaanse degeneratie (axantmesis);
langdurig zenuw compressie; herstel door remyelinisatie
3.
Axonale
degeneratie (axontmesis); intensieve en lange compressie; intraneurale
bloeding, endoneuraal oedeem, disruptie omringende structuren: Walleriaanse
degeneratie
Chronische zenuwcompressie
CTS
en ulnaropathie in de elleboog: focale neuropraxie (segmentale demyelinisatie).
Rol
ischaemie onduidelijk evenals circulatie verstoring.
Axotmesis en Wallerianse
degeneratie
Axontmesis:
verlies van axonale continuļteit met intact endoneurium, wordt gevolgd door
walleriaanse degeneratie distaal van de laesie.
Proximaal
van de laesie: cellichaam ondergaat centrale chromotolysis.
Distaal
van de laesie: granulaire fragmentatie van axonale cytoskelet.
Compressie neuropathie (in
combinatie met polyneuropathie)
Bij
polineuropathie zenuw meer gevoelig voor compressie
Bijvoorbeeld
bij D.M. meer CTS.
Double-crush syndroom
Hypothese:
additieve effect van 2 laesies in een zenuw (polyneuropathie geeft
predispositie voor het ontwikkelen van een CTS).
1.
remyelinisatie
in geval van menopauze (snel herstel Schwannse cellen); weken
2.
collaterale
sprouting van overgebleven motor-axonen naar gedenerveerde spieren (3-6
maanden)
3.
zenuwregeneratie
vanuit plek van letsel - prox. 6-8 mm/dag
- .. 1-2 mm/dag
Collaterale sprouting (haalbaar maken > 70-80% axonen
intact) sneller dan zenuwregeneratie en meer effectief (beter functioneel
herstel)
Diagnostisch
elektrofysiologische procedures = EMG
-
stimulatie
door de huid, geen naald, door elektrische stimulatoren
-
motorische
zenuw conductie studies: elektrodes boven spieren (CMAP: evoked compound motor
action potential)
-
DML: distale
motor latentie (tijd tussen stimulatie en motorische respons)
-
sensibele
zenuw conductie: 1 pmnd/SNAP
-
SNAP: sensore
nerve actie potentiaal
EMG: 1. Nerve
conductor studie ®
m.n. grootte chamede somatische sensibele zenuwen
2. Needle EMG
F-Wave (proxiamele zenuwlaesie): oppervlakte geregistreerde
respons van een late motor unit discharge als gevolg van een
tegenovergestelde activatie en terugsturing van een motor neuron.
H-Wave: oppervlakte elektrodes over M. Soleus: stimulatie in
nervus tibialis posterior.
EMG: onderscheidt neurologische oorzaken (zenuw,
wortel, voorhoorncel) van myopathische oorzaken.
Bij spierdenervatie: spontane elektrische activiteit, fibrillaties en positieve scherpe golven (bij spier en rust: geen activiteit)
Willekeurig aanspannen spier:
onderzoek naar motor unit (MUP is motor unit potential)
Principes
elektrondiagnostische lokalisatie
Zenuwgeleidingstesten geschikt voor: CTS, ulnaropathie,
peroneus neuropathie.
EMG: lokalisatie afwijking in wortel, plexus of zenuw.
Nerve conductor + needle EMG vullen elkaar aan bij bepalen
locatie laesie.
Beperkingen
van deze testen
Overlap normaal en abnormaal (EMG).
Ongevoelig voor kleinste zenuwvezels (o.a. pijn en
temperatuur).
Traumatisch zenuwletsel: pas na 7-10 dagen betrouwbaar
(EMG).
Na acute radiculopathie pas na 4 weken.
Nerve conductor ® liefst na 10-14 dagen, dan betrouwbaar resultaat
CMAP en SNAP: beste testen om axonale beschadiging te
beoordelen
1. Nerve conductor block
2. Axoniotornsen }
eerste 10 dagen lijkt 2:1
Nervus medianus
entrapment
Compressie: focale demyelinisatie waardoor axonale
beschadiging: afgenomen motore en sensibele evoked respons.
EMG: 90% sensitief bij CTS, 5% vals-positieven,
vals-negatieven alleen bij zeer milde gevallen.
Ulnaropathie ® elleboog versus
pols
Elektrofysiologische studies: lokalisatie entrapment en
ernst
Ulnar tunnel syndroom (pols): cutane zenuwtake blijft altijd
gespaard.
Andere mononeuropathieėn:
Geleidingsstudies niet mogelijk voor entrapment nervus
interosseus posterior (elleboog): aantonen d.m.v. neelde EMG door afwijkingen
in de spieren (diepliggende spieren).
Thoracic outlet syndroom: alleen bij neurologische vorm
afwijkingen bij elektrondiagnostische studies.
Radiculopathie
Cervicale en lumbosacrale radiculopathie is klinische
diagnose.
Standaard sensore en motorische geleiding studies zijn
normaal.
EMG bij chronische radiculopathie laat collaterale sprouting
zien.
Bij acute radiculopathie dan EMG wel waardevol.