Hoofdstuk 16

 

 

PRINCIPLES OF ORTHOPAEDIC ONCOLOGY

 

 

Benigne: echt kapsel door samengeperste normale cellen

Maligne: pseudo-kapsel bestaande uit tumor cellen en reactieve zone, interdigiteerd met normaal weefsel.

Hoe hoger de maligniteitsgraad, des te dunner de reactieve zone en des te meer kans op skip metastasen.

 

Sarcomen nemen weg van minste weerstand.

Groei en extensie via:

1.    compressie van normaal weefsel (benigne tumoren)

2.    resorptie door osteoclasten (benigne)

3.    directe destructie van normaal weefsel (maligne!!!)

 

Benigne meestal unicompartimenteel

Maligne breekt meestal door compartimenten b.v. cortexdestructie (bi-compartimenteel)

Intracompartimenteel of extra (=inter)compartimentele origine.

 

Chromosomale abnormaliteiten bij veel maligne en sommige benigne tumoren= oncogenen.

·       Retinoblastoom en osteosarcoom                       RB1 gen

·       Sarcomen                                                             p53 tumor suppressie gen mutatie

·       Neuro-fibromatose/sarcomen en rhabdomyo      NF1     gen

·       Ewing en perifere neuroectodermale tumoren    EWS split-gen product

 

 

Patterns of behaviour

 

Classificatie met bijbehorende karakteristieken

1.      Benigne/latent: langzaam groeiend spontaan genezend, nooit maligne, curettage voldoende

2.      Benigne/actief: progressieve groei! Soms reactieve zone.

3.      Benigne agressief: geen metastasering maar wel agressief

4.      Maligne/laag-gradig: kunnen metastaseren. Pseudo-kapsel. Excisie met marge normaal weefsel afdoende

5.      Maligne/hoog-gradig: snelle groei en vroege metastasering. Systemische therapie aanvullend nodig ter voorkoming metastasering.

 

 

Tumor spread

 

Sarcomen verspreiden hematogeen en niet lymfogeen. Naar longen (vroeg) en andere botten (later).

Weke-delen tumoren in 5-10% lymfogene verspreiding naar lymfeklieren.

Bot metastasen zijn eerste teken van disseminatie.

 

 

Skip-metastasen

 

=Satelliet-laesies: noduli op afstand in hetzelfde bot. Kunnen voor recidief zorgen!

 

 

Local recurrence

 

=locaal recidief, 95% binnen 24 maanden duidelijk.

 

 

Stadiering van musculoskeletal tumors

 

Surgical staging system voor bot en wekedelen sarcomen (maligne dus)

1.    Graad (G) histologische graad en groei ratio. G1=laaggradig, G2=hooggradig.

2.    Chirurgische locatie (T) T1=intracompartimenteel, T2 extracompartimenteel

3.    Lymfe klieren of metastasen (M) M0 geen aanwijzingen meta’s, M1 wel meta’s.

 

Stadium IA         (G1, T1, M0)

Stadium IB        (G1, T2, M0)

Stadium IIA        (G2, T2, M0)

Stadium IIB        (G2, T2, M0)

Stadium IIIA       (G1 of G2, M1)

Stadium IIIB       (G1 of G2, T1 of T2, M1)

 

Dus stadium IA laag-gradig, intracompartimenteel zonder metastase

En stadium IIIB extracompartimenteel met metastasen.

 

 

Preoperatieve evaluatie, stadiering en bioptie

 

Bij verdenking metastasering verdere onderzoeken en beeldvorming voor bioptie omdat bioptie beeldvorming kan beïnvloeden.

 

 

Radiografie

 

Röntgen:

Met 4 vragen vlg Enneking kan onderscheid benigne/maligne gemaakt:

1.    Anatomische locatie en uitgebreidheid?

2.    Wat doet tumor met bot?

3.    Wat doet bot met tumor?

4.    Radiologische eigenaardigheden/specificiteiten?

 

Botscan:

Metastasen, intraossale uitbreiding, botkwaliteit rond tumor.

1.6% van sarcomen al metastasen.

 

CT-scan:

Bepaling intra-extraossaal vs extra-ossaal. Anatomie veelal goed te beoordelen.

CT-geleide core bioptie mogelijk in moeilijk bereikbare gebieden.

Negatieve naaldbioptie nooit als definitieve diagnostiek beschouwen!

 

MRI:

Beste anatomische beoordeling. B.v. neurovasculaire bundel. Zelfs skip metastasen vaak goed zichtbaar.

Laag-gradig maligne/benigne is niet goed te bepalen met MRI alleen.

 

Angiografie:

Ter bepaling ligging bloedvaten t.o.v. tumor. Ter bepaling individuele vasculaire anomaliteiten (vooral nodig bij proximale onderbeen).

Preoperatief is embolisatie mogelijk of intra-arteriële chemotherapie.

 

Combinatie van Xf,  botscan, CT of MRI en angio geeft optimale 3D beoordeling tumorgebied.

 

 

Bioptie

 

Na stadiering bioptie.

·       Longitudinaal en In lijn van definitieve incisie

·       Voorkomt contaminatie andere compartimenten

·       Moeten in principe gedaan worden door de chirurg die definitief behandelt.

·       Eerst naaldbioptie doen: indien diagnose duidelijk voorkomt dit extra morbiditeit.

·       Core-bioptie wordt geadviseerd met name in moeilijk toegankelijke gebieden (spine, heup, bekken)

·       Tumor en vooral ook (pseudo)kapsel biopteren

·       Voorkom haematoom door drain

·       Drain in lijn van longitudinale incisie op maximaal 1cm afstand.

·       Vriescoupes ter bepaling representativiteit

 

Classificatie van chirurgische procedures

Chirurgie is klassieke behandeling skelet-neoplasmata (curettage, resectie, amputatie)

Lidmaatsparende chirurgie of amputatie voor osteosarcomen heeft dezelfde resultaten m.b.t. overleving en ziekte vrije overleving.

 

Classificatie o.b.v chirurgisch vlak en methode

1.        Intralesionaal: door het pseudo-kapsel, macroscopisch blijft tumor achter (b.v. incisiebioptie)

2.        Marginaal: gehele laesie ineens. Door de reactieve zone/pseudokapsel.

3.        Wide/ruim  (intracompartimenteel): =en bloc. Soms blijven skip-meta’s achter

4.        Radicaal (extracompartimenteel) Ook de structuur waaruit de tumor komt gaat mee. Ruim dus.

 

1-4 door amputatie of lidmaatsparende chirurgie. Dus amputatie kan ook intralesionaal zijn!

 

Benigne bottumor meestal middels 1 of 2 en maligne bottumor door 3 of 4 behandeld.

Benigne weke delen tumor meestal middels  2 en maligne weke delen tumor door 3 of 4 behandeld.

 

 

 

Weke delen sarcomen

 

Is sarcoom in extraskeletale mesenchymale structuren <1% van alle kankers.

Als groep is klinische radiologische en behandeling vrijwel identiek ongeacht histologie!

 

 

Kliniek

 

30-60 jaar, rhabdomyosarcoom ook in kinderen.

50% extremiteiten waarvan 90% (40% totaal) in onderste extremiteiten, 50% hoofd, nek, romp.

Meestal pijnloze vaste of cysteuze massa/zwelling. Systemische klachten zeldzaam.

Fluctuatie kan teken van necrose en dus hoge maligniteitsgraad zijn!

Biologie en Natuurlijk verloop

 

Is vrijwel gelijk aan dat van de sarcomen in bot.

Behalve:   1. neiging weke delen sarcoom om intracompartimenteel te blijven

2.  vaker lymfogene betrokkenheid

Overleving  vroeger na behandeling (meestal ruime excisie) 40-60%.

Als locaal recidief 2x meer kans op longmeta’s

Nu na 5 jr 50-80% overleving bij locaal recidief behandeling.

 


Pathologie en stadiering

 

Naar cel van origine.

Gradering naar histologische eigenschappen (pleomorfie, atypie, mitose en necrose)

Synoviaal cel altijd hoog-gradig maligne.

MRI is beste vooronderzoek. CT voor longmetas en retroperitoneum.

Angiografie voor preoperatieve planning.

Scintigrafie kan reactie van periost of bot aantonen: zelden echter intra-ossale doorgroei.

 

 

Behandeling

 

Chemotherapie

Combinatiechemotherapie heeft voorkeur boven enkelvoudige ter voorkoming metastasering.

Vooral adriamycine en ifosfamide.

Soms dacarbazine, methotrexaat en cisplatin.

Kan ook meer locaal via intraarteriële therapie.

 

Bestraling

5000-6500 cgy=50-65 GY als adjuvant.

Preoperatief kan ook maar geeft meer morbiditeit/wondgenezingsstoornissen.

Brachytherapie= locaal via geplaatste katheters.

 

Chirurgie:

Niet-ablatief/lidmaatsparend met adjuvate bestraling en chemo  of  amputatie met adjuvante chemo.

Locaal recidiefkans hetzelfde, functionaliteit van niet-ablatieve chirurgie beter.

 

5% recidiefkans na radicale  excisie.

50%recidiefkans na ruime excisie. Met adjuvant bestraling en/of chemo ook 5%

IIA (G2, T1, M0)  gunstig voor lidmaatsparend.

IIB (G2,T2, M0) amputatie eerder geïndiceerd of lidmaatsparend met adjuvant (dan 8% recidiefkans)

 

Techniek:

1.    Ruime en bloc excisie, bioptieplaats mee excideren.

2.    Tumor en pseudo-kapsel mogen niet gezien worden.

3.    Geen extra flappen maken.

4.    Metalen staples om de randen van excisie voor de radioloog te duiden

5.    Reconstructie van het defect voor bedekking bot en neurovasculaire bundel.

6.    Geen dode ruimten, voorkom haematoom

7.    Antibiotica perioperatief.

 

Specifieke weke delensarcomen

 

 

Maligne fibreus histiocytoom MFH

 

Ouderen. Meestal onderste extremiteit, dan bovenste en retroperitoneum.

Meestal intermediate of hoog-gradig.

Myxoide variant vaak in oppervlakkige weefsels, heeft gunstiger prognose.

 

Grove karakteristieken

Solitaire of multinodulaire lesies.

Grootte bij diagnose direct gerelateerd aan diepte ligging (dus dieper vaak groter).

Myxoide variant heeft wit-grijze zachte lobuli.

Rood-bruin is hemorrhagfie of necrose

5% heeft hemorrhagische cystificatie en lijkt dus veel op haematoom!

 

Microscopische karakteristieken

Veel subtypen die vroeger anders beschouwd werden: fibroxanthosarcoom, maligne reusceltumor van weke delen etc.

Storiform type: wiel vormig patroon van spoelcellen.

Vaak xanthoom cellen en inflammatoire cellen. Atypie en mitosen bepalen diagnose

Reus-cel type, inflammatoire type.

DD lymfoom/Hodgkin

 

 

Fibrosarcoom

 

Middelbare leeftijd. Meestal onderste extremiteit

Vroeger Meest voorkomend weke delen sarcoom, nu wegens andere criteria minder vaak gediagnosticeerd.

DD fibromatosis

 

Grove karakteristieken

Vanuit fascie/aponeurose en diepliggend.

 

Microscopische karakteristieken

Veel fibroblasten= spoelcellige die collageen maakt.

Indien goed gedifferentieerd dan weinig mitosen en Haringgraat/visgraat patroon van deze cellen=typisch.

Indien slecht gedifferentieerd dan veel mitosen en dan  lijkt het beeld op MFH

 

 

Liposarcoom

 

Groot deel van de weke delen sarcomen Subtypen en gradaties zijn belangrijk in besluitvorming.

Graad I: goedgedifferentieerd metastaseert bijna nooit.

Kunnen multipel zijn! Komen zelden uit gewone lipomen voort.

 

Grove karakteristieken

Vaak groot! Scherp afgegrensd multilobulair.

Goedgedifferentieerd geel en zacht // Myxoid rose en slijmerig

Slecht-gedifferentieerd (rondcelling en pleomorf) rose-bruin en necrose.

Microscopisch

Lipoblasten zijn kenmerkend. Er zijn 4 typen:

1.    Goedgedifferentieerd (lipoom-like, spoelcellig, scleroserend, inflammatoir, gededifferentieerd)

2.    Myxoid

3.    Rondcellig

4.    Pleomorf

 

 

Synoviaalcel sarcoom

 

Jongere groep patiënten, 72% is < 40 jaar.

Op dezelfde locaties als andere weke delen sarcomen, Zelden in een gewricht.

Relatief vaak in de distale extremiteiten hand, enkel en voet.

Klierachtig weefsel; vaak calcificaties in een weke delen massa. 5-7% lymfatische verspreiding.

 

Grove karakteristieken:

Diepliggende, circumscripte multinodulaire massa. Zelden verbinding met synovium van een ruimte.

Bij slecht gedifferentieerde tumor zachte en infiltratieve massa

 

Microscopisch:

Bi-fasisch patroon is klassiek: spoelcellen en epitheloide cellen geven klierachtig patroon.

Vaak calcificatie focaal.

 

 

Epithelioid sarcoom

 

Adolescenten en jongvolwassenen

Vaak klein.

50% in pols en onderarm, meest voorkomend weke delen sarcoom van hand.

Kan als ulcererend proces in huid voorkomen.

 

Grove karakteristieken:

Diepe weke delen fascie, pees aponeurose. Vaste, multinodulaire massa met centrale necrose en hemorrhagie.

 

Microscopie::

Collecties van epitheloide cellen (eosinofiel, weinig mitosen) Transformatie naar spoelvormige cellen.

 

 

Clear cell sarcoom (maligne melanoom van weke delen)

 

Zeldzaam; bij 20-40 jr. Bij pezen of aponeurose. Voet en enkel 46%

Bij 50% melanine.

Lymfklier dissectie bij verdenking op betrokkenheid.

 

Macroscopie:

Solitaire of multinodulaire massa bij pezen of aponeurosen.

 

Microscopie:

Nesten van spoelcellen (wit-eosinofiel) met fasciculi. 50% melanine, vaak glycogeen (PAS+)

 

Maligne schwannoom =Maligne perifere Zenuwschede tumor

 

10% van alle sarcomen

25-67% coïncidentie met M. von Recklinghausen, Risico bij deze patiënten neemt per decade toe!.

Neurologische klachten

 

Grove karakteristieken:

Fusiforme/bulbeuze verdikking zenuw. Soms in preëxistent neurofibroom

 

Microscopie:

Lijkt op fibrosarcoom en leiomyosarcoom.

Indien lijkend op rhabdomyosarcoom en bij v. Reck.= Triton tumor

 

 

Benigne weke delen tumoren

 

Onderscheid met maligne van belang voor behandeling

Belangrijkste worden besproken

 

 
Benigne vettumoren

Simpel lipoom

 

Meest voorkomende mesenchymale tumor Multipel in 5% van de patiënten.

80% subcutaan, simpele excisie

 

Grove karakteristieken

Ovoide massa, los van omgeving

 

Microscopische karakteristieken

Monotone groep mature vetcellen. Vetdruppel comprimeert mucleus.

 

 

Spoel cel lipoom

 

Variant met spoelcellen. 90% in mannen veelal nek en schouder

Lijkt op goed gediff. Liposarcoom

 

Grove karakteristieken:

Als lipoom

 

Microscopische karakteristieken:

Spoelcellen tussen vet. Variant is pleomorf lipoom

 

 

Intra en inter-musculair lipoom

 

 

Vaak groot bij ontdekking.

Moeten als sarcoom benaderd worden.

Hebben i.t.t. superficieel lipoom geen kapsel en neigen tot infiltratie in spier.

Marginale of wijde excisie doen voor locale controle.

Nooit conversie naar maligne.

 

Grove karakteristieken

Kan dus slecht afgegrensd en infiltratief zijn!

 

Microscopische karakteristieken

Lipoom vaak tussen spiervezels.

 

 
Benigne tumoren van perifere zenuwen

 

Neurilemmoom

 

Groeien in zenuw, kapsel van epineurium

Antoni A( cellulair) en B (myxoid) componenten

Niet geassocieerd met von Recklinghausen

Excisie=curatie

 

Grove karakteristieken

Altijd afgekapseld en fusiform tegen originele zenuw aan

 

Microscopische karakteristieken

Antoni A( cellulair, spoelcellen) en B (myxoid) componenten. Verocay body=parallel liggende spoelcellen

 

 

Neurofibroom

 

Nier afgekapseld, kunnen multipele zijn. Kunnen maligne ontaarden.

Multipele neurofibromatose= von Recklinghausen 20-65% maligne ontaarding

Kunnen niet chirurgisch verwijderd worden van de zenuw.

 

Grove karakteristieken

Meestal infiltratie in weke delen

 

Microscopische karakteristieken

Spoelcellen in bundels. Matrix met hyaluronzuur.

 

 
Benigne fibreuze tumoren

 

Agressieve fibromatose

 

Locale agressieve tumor! Geen kapsel wel infiltratie in omgeving

Meestal in nek schouder of pelvis

Dood volgt soms door retroperitoneale en/of intrathoracale doorgroei.

Hoge recidiefkans

Wijde excisie; vaak amputatie. Soms zelfs chemo en stralen.

 

Grove karakteristieken

Twee subtypen:

1.    superficieel: palmair (Dupuytren) en plantair

2.    Desmoid=diep in abdomen e.d.

 

Microscopische karakteristieken

Zeer uniforme en regelmatige patronen van spoelcellen

Matrix van dens collageen. Infiltratie in spierweefsel.

 

 
Benigne vasculaire tumoren

 

Hemangioom

 

Onduidelijk of tumor of malformatie.

Gelokaliseerd en locaal. Capillair, caverneus, veneus en arterioveneus

Intramusculair zeldzaam en moeilijk te differentiëren van angiosarcoom.

Chirurgie bij symptomen.

 

Grove karakteristieken

Zie tabel 16-4: benigne, borderline (=epitheloid hemangioendothelioom) en maligne (angiosarcoom en Kaposi sarcoom)

Angiomatose is ziekte waarbij meerdere mesenchymale structuren betrokken zijn: laesies verspreid over gehele been. Waarschijnlijk betreft het hamartomen.

 

Microscopische karakteristieken

Vaak mix van grote en kleine vaten. Een endotheliale laag. Extravasculair stroma met vet en fibromusculaire fascicles.

 

 

Andere benigne tumoren

 

Synovitits villonodularis pigmentosa

 

Zeldzaam, met vorming villi en noduli. Diffuus of gelokaliseerd.

Pijn, gewrichtszwelling, verdikt synovium en effusie. 20-50 levensjaar. 75-90% knie. Soms heup en enkel.

Vaak gemist dus Monoarthritis: denk aan SVP

Kan leiden tot botdestructie of destructie van gehele gewricht. Lijkt soms op maligne fibreus histiocytoom.

Chirurgisch behandelen. Als diffuus dan in stadia behandelen. Anterieure arthrotomie en als knie weer op gang is posterieur. Soms extraarticulaire resectie met arthrodese of prothese nodig voor controle.

 

Grove karakteristieken

Dik synovium bruin-geel

 

Microscopische karakteristieken

Heterogene populatie van cellen. Synoviale cellen in villi met eronder histiocyten, xanthoom cellen, macrofagen, reuscellen.

 

 

Ganglion

 

Benigne myxoide degeneratie.

DD. Sarcomen!

 

Grove karakteristieken

Cysteuze laesie

 

Microscopische karakteristieken

Geen epitheliale of synoviale lining. Verspreid spoelcellen. In cyste blauwig acellulair myxoid.

 

 

Maligne Bottumoren

 

Bot tumoren uit mesenchymale cellen (sarcomen) of uit beenmerg cellen (myeloom en lymfoom). Metastasen vaak in bot.

Kind en adolescent: osteosarcoom en Ewing

Volwassenen: MFH, fibrosarcoom, chondrosarcoom. Multipel myeloom en meta vaak bij oudere patiënt.

Dahlin classificatie tabel 16-5 en 16-8

Chemotherapie : door chemo van 20% zonder (alleen chirurgie dus)  tot 55-80% survival gestegen.

Door opkomst reconstructieve chirurgie nu lidmaatsparende chirurgie vaker gedaan dan ablatief!

Behandeling van Osteosarcoom is model voor alle andere bottumoren.



Klassiek osteosarcoom

 

Hoog-gradig maligne spoel-cel tumor in bot

Osteoïd vorming wordt gevormd uit maligne stroma.

 

Kliniek

Kind/adolescent of bij >40 secundair bij paget, postirradiatie, hereditaire exostasen of polyostotisch fibreus dysplasie.

50% rond knie (femur en tibia), 25 prox. Humerus; totaal 90% in pijpbeenderen

In 50% stijging alkalisch fosfatase

Pijn is hoofdsymptoom.

 

Radiologisch

Sclerose, opheldering, permeatieve destructie die slecht afgegrensd is, corticale destructie, periostale elevatie en extraossale extensie met weke delen verkalkingen. Als vooral sclerose: sclerotisch OS etc. zo ook osteolytisch en gemengd

 

Grove karakteristieken

Codman driehoek is periostaal reactieve botvorming. Verder grillig en wisselend aspect.

 

Microscopische karakteristieken

Maligne stroma met osteoïd matrix. Atypische cellen in stroma. pleomorfe cellen met irregulaire nuclei, mitosen+. Osteoclast-like cellen aanwezig.

Osteoblastlike OS: vooral  maligne osteoidvorming

Chondroblastic OS: vooral maligne kraakbeen productie

Teleangiectatisch OS: cystische en sinusoidale ruimten met bloed met reuscellen. DD. Reusceltumor en ABC

Reactie op chemotherapie kan middels PA gezien worden.

 

Prognose

Alleen chirurgie 5-20% 2jr overleving

In axiale skelet en bekken slechtere overleving.

Nu met chemo en pulmonale metastasectomie 48% 11 jaaroverleving.

Lidmaat sparend en amputatie hebben dezelfde overleving.

Combinatiechemotherapie heeft voorkeur boven enkelvoudige ter voorkoming metastasering

Vooral adriamycine en ifosfamide

Soms dacarbazine, methotrexaat en cisplatin.

·       Adjuvant=postoperatief gestart

·       Neo-adjuvant=preoperatief gestart.

 

Kan ook meer locaal via intra-arteriële therapie.

 

 

Lidmaatsparende resectie

 

In 85% toepasbaar.  Meestal i.c.m. chemotherapie en/of bestraling.

Behandelingen: toepasbaar voor alle sarcomen behalve round cel tumors

Besmetting vanuit verkeerd genomen biopten compromitteert definitieve behandeling.

 

Chirurgische fasen:

1.        Resectie van tumor: vlg oncologische principes

2.        Skelet reconstructie: prothese, arthrodese, allograft, combi

3.        Weke delen en spier transfers: sluiten en motorisch functieherstel

 

Algemene richtlijnen die gepostuleerd zijn:

1.        neurovasculaire bindel vrij

2.        wijde resectie

3.        potentieel gecontamineerde weefsel en bloc reseceren

4.        bot 3-4 cm buiten tumor doornemen (botscan of MRI)

5.        Aanliggende gewrichten reseceren met kapsel

6.        Tourniquet proximaal van laesie indien mogelijk

7.        Trachten motorische functie te reconstrueren

8.        Weke delenbedekking noodzaak ter preventie huidnecrose en secundaire infectie

 

Contra-indicaties voor lidmaatsparen:

1.        neurovasculaire betrokkenheid: van essentiele structuur

2.        Pathologische fractuur: via hematoom tumorverspreiding. Soms genezing na chemo! Dan toch.

3.        Verkeerde bioptie plaats

4.        Infectie: m.n. prothese of allograft niet verstandig in geïnfecteerd gebied

5.        Kind/groei: beenlengte verschil mag niet meer dan 6-8 cm worden

6.        extensieve spierbetrokkenheid: er  moet weefsel over blijven voor functie!

 

 

Behandelingsoverwegingen

 

Er zijn vier behandelscenario’s

1.    Gelokaliseerde tumor zonder metastase in extremiteit:

Chirurgie en chemotherapie (meta). Lidmaatsparen is eerste keus indien mogelijk

2.    Tumor met pulmonale meta’s

10% reeds meta’s in long bij diagnose.

<15 pulmonale meta’s zouden nog gereseceerd kunnen worden.

Neoadjuvant en adjuvante chemotherapie en resectie.

Slechte prognose

3.    Bekkentumor en irresectabele tumor

5% bekken osteosarcoom; meestal hemipelvectomie mogelijk

Interne hemipelvectomie slechts bij enkele mogelijk, vaak neurovasculaire betrokkenheid al aanwezig en dan externe hemipelvectomie

In axiale skelet en spine palliatief door bestraling, of palliatieve decompressie.

4. Recidief tumor

Alleen behandeling i.c.m. resectie van alle longmeta’s heeft enige kans op langere overleving.

Bij locaal recidief kan repetitieve agressieve chirurgie 30-40% 5 jaarsoverleving geven.

 

Varianten Osteosarcoom

 

11 herkenbare varianten op klassiek osteosarcoom.

B.v.: OS in kaakbot, en in extremiteiten parosteaal en periosteaal meer oppervlakkig op bot. Zie tabel 16-8

 

 

Parosteaal OS

 

4% alle OS, uit cortex, meestal distale femur

 

Kliniek:

Vaak distale femur posterieur, vaker bij vrouwen. Metastaseert laat.

 

Röntgen:

Dense, gelobde massa vast aan het onderliggende bot, niet intramedullair.

 

Diagnose en gradering:

D.d. osteochondroom, myositis ossificans, klassiek OS.

85% Graad I laag, rest graad II intermediate en III hoog

 

Grove karakteristieken:

Uit periosteale oppervlak ontstaat massa. Soms kraakbeenkap. Infiltratie mogelijk.

 

Microscopie:

Laag-gradige kenmerken: osteoïd trabeculae in spoelcelstroma.

 

Behandeling:

Ruime excisie. Geen ervaring met neo-adjuvante chemo of straling.

Weke delen grens kan krapper genomen worden dan bij klassiek OS.

 

 

Periosteaal OS

 

Zeldzaam, 1/3 parosteaal in incidentie.

superficieel op schacht (meestal tibiaschacht)

 

Röntgen:

Kleine radiolucente laesie met bewijs van botspiculatie. Codman’s driehoek

 

Grove karakteristieken:

Periosteale tumor, goed afgegrensde massa, chondroïdachtige consistentie

 

Microscopie:

Chondroblastisch OS; osteoïd en chondroïd met soms infiltratie in cortex.

 

 

Kleincellig osteosarcoom

 

Zeldzame variant met ronde i.p.v spoelcellen met osteoïdproductie

Is atypisch Ewing sarcoom. Behandeling onduidelijk en verschillend in centra.

Microscopie: ronde cellen met fibreuze septa. Osteoïd matrix +

 


Chondrosarcoom

 

Tweede in voorkomen na OS. Het Basismateriaal van vandaag  is…..kraakbeen.

Vijf typen: centraal, perifeer (topografie), mesenchymaal gededifferentieerd en clear cel (histologie en kliniek)

Zie ook 16-9    76% chondrosarcoom centraal

Ook secundair CS uit kraakbeentumoren: b.v. uit osteochondromen of enchondromen

Bij multipele benigne tumoren meer kans op ontaarding.

 

Centrale (in het bot) en perifere (aan oppervlak bot) Chondrosarcomen

 

Kliniek:

50% > 40 jaar. Vooral  Pelvis, femur en schouder

Perifeer vaak al groot, centraal vaak al pijn (ischialgie e.d.)

Pijn is belangrijkste symptoom van groeiende tumor en dus agressief!

 

Röntgen:

Centraal chondrosarcoom: vaak 2 verschillende beelden:

1.      klein, lytisch, scherp begrensd en gescleroseerd met calcificaties in omgeving.

2.      zonder sclerotische grens met endosteale scalloping (lytisch laesies)

Perifeer chondrosarcoom: grote massa met calcificaties uitgaande van bot.

            d.d. osteochondroom, Parosteaal osteosarcoom, juxtacorticaal myositis ossificans

 

Proximaal of axiale tumor met pijn bij volwassen skelet wijst op maligniteit ook al lijkt het röntgenbeeld benigne!

 

Gradering/prognose:

Graad I: laag= 15-40% metastasen

Graad II: intermediair

Graad III: hoog = 75%metastasen

Perifere CS meestal laaggradig en centrale hooggradig. Secundaire CS ook 85% laaggradig.

 

Grove karakteristieken:

Corticale destructie met extensie in weke delen. Noduli met hyalien weefsel en cysten.

 

Microscopie:

Enorm histologisch spectrum; relatie met kliniek zeer belangrijk voor diagnosestelling.

Laag-gradig Chondrocyten proliferatie in chondroide en myxoide matrix. Bij hogere graden meer atypie en pleomorfie en mitose.

Zodra er maligne osteoïdproductie is dan toch OS i.p.v CS

 

Behandeling:

Resectie volgens de bovenbeschreven principes voor OS

Chondrosarcoom in het algemeen niet gevoelig voor adjuvante therapie.

Zeer stralingsresistent, toch soms palliatief proberen.

Cryochirurgie is belangrijk instrument voor locale controle.

 

 

Varianten van chondrosarcoom

 

Clear-cell CS

 

Zeldzaam, langzame groei lijkt op chondroblastoom maar dan bij volwassene

Solide expansieve massa met microscopisch laaggradige kenmerken  en  ronde cellen in chondroïde/myxoïde matrix.

 

 

Mesenchymaal chondrosarcoom

 

Zeldzaam en agressief. In platte beenderen en jongere leeftijdsgroep. Metastaseert en reageert wel op chemo en bestraling. Is een wit-grijze tumor met calcificaties. Microscopisch ronde cellen met rijp chondroïd weefsel.

 

 

Gededifferentieerd chondrosarcoom

 

10% van CS gedifferentieerd in fibrosarcoom of osteosarcoom. Centraal dan gr I tot Gr II chondrosarcoom en in periferie van de tumor de andere (OS, fibroS) kenmerken.

 

 

Reusceltumor van bot

 

Agressieve benigne tumor, metastaseert zelden.

Reuscelsarcoom= totaal anders dan benigne RCT en lijkt op OS

 

Kliniek:

75% rond de knie, 80% volwassen bot

Vaak hydrops/effusie gewricht met pathologische fractuur.

 

Natuurlijk verloop:

2-8% is reuscel sarcoom (de novo). 8-22% van recidieven ontaard maligne.

 

Röntgen en klinische evaluatie:

Excentrische lytische laesies zonder matrix productie. Slecht afgegrensd en grote overgangzone.

Zelden periosteale reactie. Bij kinderen/adolescenten differentiaal diagnostisch Aneurysmatische botcyste

 

Pathologie:

Grote expansieve massa rond epifyse. Vaak cortexdestructie. Periferie gedeeltelijk omgeven door dun reactief bot

Cysten erin.

Microscopisch stroma met spoelcellen en centrale nuclei. Mitosen doch geen atypie.  Daardoorheen reuscellen.

Soms osteoïd matrix maar geen chondroïde matrix. Cysten erin.

 

Gradering:

Zie boven. Sarcomateuze reusceltumoren hebben kenmerken van OS met eilandjes reuscelkenmerken.

 

Behandeling:

En bloc resectie curatief bij 90%. Curettage met botgraft 40-75%. Met cryo 90-100%.

Amputatie bij massaal recidief, transformatie of infectie.

 

Cryochirurgie:

Bij uitstek voor deze tumor geschikt. Al in 1978 aangetoond. Risico’s pathologische fractuur door necrose bot. Te voorkomen door cement en/of botgraft.

 

 

 

Bestralen:

Is matig effectief en  zonodig alleen bruikbaar bij palliatie of in bekken/sacrum. N.B. risico op bestralingssarcoom. Tegenwoordig toch weer meer gebruikt als alternatief voor ingewikkelde chirurgie.

 

 

MFH

 

Hooggradige bottumor, zonder osteoidvorming, metafyse (m.n. rond de knie) bij volwassenen.

Alk.Phos. is NORMAAL i.t.t. OS (osteosarcoom) of fibrosarcoom.

Snelle metastasering.

Röntgen: lytisch, 10% multicentrisch

PA: microscopisch m.n fibroblasten (spindle-cells) en histiocyten (zou de naam ook al een beetje doen verwachten…..)

Behandeling is in essentie hetzelfde als van het OS.

 

 

Fibrosarcoom

 

Lange pijpbeenderen op middelbare leeftijd.

Periostaal betere prognose dan centraal.

Soms sec. aan fibreuze dysplasie, M. Paget, RTX, osteomyelitis

Röntgen: radiolucent met weinig periostreactie.

PA: herringbone patroon.

Behandeling: en bloc resectie eventueel met RTX bij hooggradige tumoren eventueel adjuvante CTX

 

 

Secundaire sarcomen

 

Na M. Paget in ongeveer 1%; m.n. OS <8%overleving!

0,1% na RTX meestal >10 jaar RTX (minimaal 3-4 jaar anders mogelijk recidief) betere prognose 25-35% overleving na en-bloc resectie met adjuvante CTX.

 

Small round cell sarcoma’s of bone

Algemeen: slecht gediff. Cellen zonder matrixproductie.

Behandeling m.n RTX/CTX chirurgie alleen in geselecteerde gevallen.

 

 

Ewing

 

Kinderleeftijd OS:Ewing=2:1

50-60% platte en axiale botten. In pijpbeenderen m.n. proximaal diafysair.

Meer systemische verschijnselen dan bij OS.

Röntgen: (moth-eaten destructief en radiolucent, klassiek met sunburst (periostale reactie)

Natuurlijk beloop: 10-15% 2-jaarsoverleving.

Veel meta’s bij diagnose (long/bot/viscerale organen)

Bij biopsie ook altijd kweek vanwege –itis in de DD.

Aangrenzende bot is voor biopsie/diagnose van minder belang.

CTX: 40-75% survival

Chirurgie met name bij “expandable bones”: rib, ilium, prox.femur.

Marginale resectie

Veel lokale co-morbiditeit door combinatie chirurgie met RTX.

 

 

Lymphomas of bone

 

5% van alle prim. Bottumoren, m.n. stage IV

CTX 50-80% succes

CTX + RTX: 88-90% 8-jaars overleving

Hodgkin betere prognose dan Non-Hodgkin

 

 

Multiple myeloma (M.Kahler)

 

Meest voorkomende bottumor 2-3/100.000 m.n. bij ouderen

Röntgen: multipele lytische laesies. (dus botscan vaak negatief)

X dus gevoeliger dan Tc-scan!!

Lab: anaemie en verhoging van Ca++, creat, eiwit(monoclonaal)

Chirurgie alleen voor biopsie en (dreigende) fractuur

 

 

Botmetastasen

 

40 jaar meest voorkomende bottumor. Presenteert zich “altijd” met pijn.

!0% presenteert zich met botmetastase als eerste kenmerk tumor

10% unknown primary

m.n. TWK, LWK, bekken, femur, ribben

endocriene prim.tumor: m.n. osteoblastische meta’s

non-endocriene m.n osteoclastisch

alk.phos verhoging bij blastische activiteit

zure phos. Pathognomonisch voor prostaatca!!

Zelden weke-delen uitbreiding behalve bij Grawitz en schildklier.

DD met name moeilijk tussen meta van prostaat en OS,

en meta van Grawitz en osteolytisch sarcoom (bv.MFH)

Tc-scan: sensitief, m.n. voor de blastische metastasen.

Angiografie m.n. voor (preoperatieve) embolisatie m.n. Grawitz

In 90% volstaat een naaldbiopsie, bij unknown primary natuurlijk grotere biopsie

RTX: voor pijnreductie en (dreigende) myelumcompressie.

Chirurgie m.n. bij (dreigende) #, liefst intra-medullaire fixatie of prothese.

Dreigende # bij verlies 1/3 tot ½ van de botdiameter.

 

 

Benigne bottumoren

 

Osteochondroma (exostose)

M.n. lange pijpbeenderen bij de epifysairschijf

DD periostaal OS: CT-scan of TC scan

Exostose groeit ook tijdens de groei, pijn of groei bij kinderen is niet alarmerend bij volw. WEL

1-2% maligne transformatie (m.n laaggradig chondrosarcoom) bij multipele exostosen 5-25% Proximaal>>distaal.

Dikker worden van de kraakbeenkap vaak teken van maligne transformatie.

 

 

Enchondroma (multipel: M.Ollier)

 

Hand/voet: « altijd »benigne, vaker maligne transformatie bij proximale lokalisatie (m.n. WK en bekken)

Tc-scan differentieert NIET bij maligne transformatie

Scalloping is teken van lokale agressiviteit

Therapie: curettage met of zonder cryochirurgie.

 

Chondroblastoom, osteoblastoom en osteoïd osteoom

Onrijpe benigne kraakbeen/ bottumor.

Lokaal agressief met vaak lokaal recidief

Osteoblastoom kan metastaseren!!!

Chondroblastoom m.n in epifyse bij groeiend kind

Behandeling: chir. Eventueel met cryo, RTX voor wervellokalisatie

Bij osteoïd osteoom hevige circumscripte (nacht) pijn reagerend op salicylaten

M.n. intra-corticale nidus ; CT pre-operatief ; Tc erg sensitief (en redelijk specifiek)

 

 

Simpele botcyste (UBC)

Met name meta/diafysair 67% prox.humerus 15% prox.femur radiolucent met scherpe grens, TC(cold) alleen bij twijfel (hot bij GCT,ABC)

Behandeling: punctie met methylprednisolon

 

 

Eosinofiel granuloom (histiocytosis X)

m.n lange pijpbeenderen, reticuloendotheliale origine (Langerhanse cellen) spontane heling, steroïden, chir. Bij dreigende #, RTX (6-10 Gy) op de schedel.

 

 

II Neoplasmata van de bovenste extremiteit

 

Tumoren van de schoudergordel, boven- en onderarm

 

Tumoren komen 3x zo vaak in de onderste extremiteit als in de bovenste extremiteit

Prox. humerus meest voorkomende plaats na knieregio voor osteosarcoom

Kraakbeentumoren vaker in schoudergordel dan onderste extremiteit

Solitaire botcyste en chondroblastoom meest frequent in proximale humerus

Net als bij onderste extremiteit laesies vaker prox. dan distaal

Ook weke delen tumoren schouderregio vaak lipoom/liposarcoom

 

Adolescentie:                   Ewing sarcoom, osteosarcoom

20 – 70 jaar:                    Chondrosarcoom

> 40 jaar:                         metastasen (meest prox.)  Grawitz meta uniek voor prox. humerus

jong (voor uitgegroeid): botcyste/chondroblastoom

 

Scapula en periscapulaire regio

 

Presentatie:    pijn/zwelling (vaak al groot voor opgemerkt)

                        Benigne laesie:    osteochondroom (“snapping scapula”)

                                                    Soms wordt dit secundair chondrosarcoom

Weke delen sarcomen vaak in suprascapulaire als infraspinatus musculatuur

Zelden bot erbij betrokken. Ook post radiotherapie sarcomen kunnen zich hier ontwikkelen

 

Anatomie:       Scapula door manchet aan weke delen omgeven, doorgroei vaak richting axilla

Humerus/glenoid laesie vaak uitbreiding naar pericapsulaire weefsel en gewricht (vooral maligne cartilagineuze tumoren)

 

Stagering:       CT: voor scapula/thoraxwand

                        MRI: voor rotator cuff, pericapsulair en plexus brachialis

                        Angiografie

                        Botscan

 

Biopsie:           Scapula via posterieure zijde

                        Scapula hals: posterieur door deltoïdeus en teres minor

 

Chirurgie:        Maligniteit: forequarter amputatie was gebruikelijk, nu vaak Tikhoff-Linberg voor IIB tumoren met uitgebreide weke delen uitbreiding of high grade botsarcomen.

Laag gradig IA/B: scapulectomie (ook bij reusceltumoren en ABC), geen functieverlies als scapulectomie onder spina

 

Benigne:         Curettage

 

Specifieke bottumoren van de scapula

 

Osteochondroom:      benigne; solitaire of multiple (multiple = erfelijk)       Diagnose: X evt.CT

Chondrosarcoom:      CT kraakbeenkap > 1 cm = maligne

                                   Vaak uit osteochondroom, vaak lowgrade (IB)

Biopsie voorzichtig; kraakbeen kan makkelijk in weke delen geïmplanteerd worden

Als gewricht gecontamineerd extraarticulaire resectie (Tikhoff-Linberg)

Reusceltumor/ABC:   ballooning en destructie scapula

                                   Klein: curettage + cryo

                                   Groot: totale scapulectomie


Osteosarcoom:          zeldzaam van scapula

Ledemaatsparend afhankelijk van extra ossale component: neurovasculair

                                   Soms partiële thoraxwand resectie noodzakelijk

Ewing sarcoom:         Radiotherapie en Chemotherapie

EVD. partiele scapulectomie, totale scapulectomie ivm slechte functie hier afgeraden

Weke delen sarcoom            en bloc resectie + radiotherapie (chemo bij hooggradig)

                                   Als bot betrokken: scapulectomie                

Als rotator-cuff of suprascap. Spieren betrokken: Tikkhof-Linberg

 

 

Tikhoff-Linberg resectie -  ledemaatsparend

 

En bloc resectie scapula, clavicula en prox. humerus

Bij laag/hooggradige sarcomen van scapula en peri/suprascapulaire weke delen

 

Gemodificeerde TL:

Bij tumor prox. humerus: deel scapula blijft in situ, groot deel prox. humerus mee.

 

Contra-indicatie:

Neurovasc. Uitbreiding

 

Relatieve contra-ind:

Pathol. #, slechte biopsie met contaminatie, lymfklieren aangedaan

Onderzoek pre-op: CT/MRI/angio/botscan

Benadering:    1. anterieure incisie (inspectie neurovasculaire bundel)

2. resectie alle spieren met origo scapula en insertie prox humerus

                        3. extra-articulaire resectie gleno-humerale gewricht

                        4. stabiliseer overblijvende arm

5. prox. humerus aan overblijvende clavicula (biceps/ triceps door clavicula)

                            Functioneel resultaat zelfde als scapulectomie

 

Totale scapulectomie: als suprascapulair en glenoïd niet aangedaan; posterieure benadering.

Om te zetten naar Tikhoff-Linberg als marges anterieur of mediaal te klein

Pas op n. axillaris en n. musculocutaneus!

Partiële scapulectomie: als laaggradig sarcoom. Cuff en serratus ant. spieren kunnen vaak gespaard worden

Glenoïd weg: primaire arthrodese

Superieure resultaten t.o.v. totale scapulectomie

 

Tumoren proximale humerus:

 

Op een na meest voorkomende plaats primair botsarcoom

Adolescent:     osteochondroom

Volwassene:   prim/sec osteosarcoom, meta, solitaire botcyste (voorkeurslocatie)

Vaak pijn, zelden pathologische # (wel bij solitaire botcyste)

Dun metafysair bot, grote metafysaire vaten, dus makkelijk extra ossale uitbreiding. Vaak presentatie met weke delen component (onder deltoïdeus, subscapularis of brachiale spieren)

 

Tumor verspreiding:   1. pericapsulair

                                   2. intra articulaire structuren

                                   3. # haematoom

                                   4. direct articulair

                                   5. subsynoviaal

 

Stagering:       CT:      bot/weke delen uitbreiding

                        MRI:     plexus brachialis/rotator cuff

                        Angio:  2 richtingen: interval tussen brachiale arterie en humerus vrij?

Embolisatie groot risico (eind arteriën hand kunnen worden

(geemboliseerd!)

                        Botscan

 

Biopsie:           niet deltopectoraal (contaminatie subscapularis en pectoralis en daarmee potentieel de plexus

brachialis). Wel anterieur of midsectie deltoïdeus

 

Behandeling:   Low grade Ia/b:           en bloc of curettage+ cryo

                        High grade Iib: forequarter of modified Tikhoff-Linberg

                        Schouder ex-articulatie te weinig marge. Niet doen!

 

Specifieke tumoren van de proximale humerus

 

Solitaire botcyste:       prox. humerus meest voorkomende plaats

                                   Vaak asympt. tot #. Diagnose door normale X (centraal lytisch)

                                   Ligt vaak tegen groeischijf

                                   Tot 70er jaren curettage + botgraft; locale recidief 35-70%

                                   < 1% van de solitaire botcystes verdwijnt spontaan na #

> 90% geneest na injectie corticosteroïden, reossificatie 6-8 weken (30% 2e injectie)

                                   biopsie alleen als diagnose twijfelachtig

 

Chondroblastoom (Codman Tumor): meest voorkomende plaats is prox. humerus

Pathognomonisch is epifysaire lokalisatie (vaak voor skelet volgroeit)

Soms secundair ABC formatie. Alleen curettage 35-50% recidief, cryo is nodig!

 

Chondrosarcoom:      vaak voorkomende plaats is prox. humerus

Diffuse pijn ’s nachts en röntgenologisch scalloping indicatie voor tumorgroei

Biopsie niet aangeraden, vaak op röntgenbeeld direct wijde excisie/curettage +cryo

                                   Stage I tumoren wijde excisie

High grade: forequarter of Tikhoff-Linberg (vaak intra-articulair/synoviaal)

                                   Doel: pijn vrij, stabiele schouder met goede fnx. elleboog en hand

Als rotatorcuff en/of deltoïdeus verwijderd voorkeur primaire arthrodese

 

Osteosarcoom:          Na dist. femur en prox. tibia de meest voorkomende plaats is prox. humerus

Agressiever en daardoor slechtere prognose dan rond de knie (vaak grote extra-ossale component. (Neo)adjuvante chemo is standaard

Neurovasculaire bundel vrij dan Tikhoff-Linberg

 

Metastatisch carcinoom: Alle maar vooral Grawitz (angio! ivm sterke vascularisatie)

                                   Balon tijdelijk in a. axillaris of eerst ligeren ant + post circumflex

                                   Vaak aanvullend radiotherapie

Doel: pijn vermindering, maximaliseren patient’s functionele onafhankelijkheid

                                   Beh:    curettage, cryo en cement en intramedullaire pen

 

 

Chirurgie:

 

Forequarter amputatie

Hooggradig neoplasma, posterieure benadering voorkeur over anterieure

 

Schoudergordelresectie       

b.v. Tikhoff-Linberg. Distale osteotomie humerus vaak 5-6 cm onder laesie, evt.

Tumorprothese. Spierbedekking prothese door teres minor/infraspinatus/SSP, teres

major/latisimus dorsi, trapezius/pectoralis major 80-85% Tumoren kunnen succesvol met ledemaatsparende chirurgie worden behandeld

Contra-indicatie:         Lymfklieren +

Pathol. #, thoraxwand betrokken

Bij resectie via anterieur eerst neurovasculaire bundel opzoeken

Korte bicepspees (elleboog flexie) belangrijkste spier na OK (spaar dus n. musculocutaneus!)

Extra-art. resectie glenohumerale gewricht veiliger dan intra-articulair

Weke delen reconstructie bepaald functionele outcome

 

 


Bottumoren arm/elleboog

 

Zeldzaam ulna/radius. Wel geregeld reusceltumor distale radius. Zelden osteosarcoom (ledemaatsparend dan vaak niet mogelijk). Presentatie met pijn en zwelling. Soms meta longcarcinoom

 

Reusceltumor distale radius:

 

Na prox. tibia en dist. femur meestvoorkomende plaats (10%)

Vaak corticale destructie met weke delen uitbreiding

Soms longmeta’s  van reuscel dist. radius (goede follow-up)

Vaak uitbreiding m. pronator quadratus (daardoor vaak recidief)

Chirurgie: Vaker recidief dist. radius dan elders van reusceltumor

-       kleine tumor/interossaal: curettage + cryo

-       grote tumor: en bloc resectie (fibula allograft of arthrodese ulna – carpus)

-       meerdere recidieven: radiotherapie

-       maligne degeneratie: amputatie

 

Metastasen:

Soms radius/ulna (long/mamma/prostaat): radiotherapie zelden chirurgie nodig

 

 

Weke delen sarcomen van de boven en onderarm:

 

15-25 % weke delen sarcomen in bovenste extremiteit. Alle weke delen zwelling maligne totdat tegendeel bewezen.

 

Anatomie:

2 compartimenten:

 - anterieur: biceps/brachialis, a. brachialis en n. medianus

 - posterieur : triceps en n. radialis

 

n. ulnaris begint anterieur en loopt naar posterieure compartiment

I en IIa tumoren beperkt tot 1 compartiment

Ib en IIb tumoren soms extracompartimenteel

 

Stagering:

Conform elders, vaak lymfkliermeta, onderzoek axilla!

 

Biopsie:

Liefst one-stage: biopt – vriescoupe – verwijderen (kans op contaminatie het kleinst)

 

Behandeling:  

Stadium Iab: alleen chir + evt. radiotherapie

Stadium IIa/b: chir/chemo/RT

 

Chirurgie :      

Ledemaatsparend als functionele elleboog en hand verwacht kunnen worden

n. radialis verlies kan door peestransfer gecompenseerd worden

n. ulnaris of medianus verlies laat nog enige functie over, beide in functioneel onacceptabel

 

Specifieke compartiment:

Anterieur (biceps)                   a. brachialis vrij?

Posterieur (triceps)                kunnen je missen, zwaartekracht helpt.

 

Volair (onderarmsflexoren)  moeilijkste compartiment of superficiële of diepe flexoren

kunnen worden verwijderd.

Dorsum (onderarmsextensoren) favoriete plaats weke delen sarcomen, hele comp. kan weg, alleen pols drop over

 

 

Tumoren onderste extremiteiten

 

Meest freq locatie benigne/maligne bot en weke delen tumoren

 

 

Bekken

 

Kliniek

 

Meest freq locatie van          - rondcel sarcoom

                                             - chondrosarcoom

           

frequent voorkomen   - myeloma

                                   - lymfomen

                                   - ewing

                                   - metastase

           

grote ruimte bekken   >laat symptomatisch

dunne cortex              >grote extra ossale component

 

klachten                      - vaag, afh. locatie tumor

 

X                                 - alleen afwijkingen bij grote chondrosarcomen (nieuw botvorming)

 

CT/MRI                       - ter nadere diagnostiek

 

3 functionele regio      - ilium

                                   - periacetabulum

                                   - ramus pubis

 

bepalen                       - groeipatroon

                                   - mogelijke chirurgie

 

ilium                            - onderschatting uitbreiding

                                   - weinig sympt., mn ewing

                                   - ischiadicus aantasting

 

periacetabular - meedoen heupgewricht via fovea/kapsel

 

ramus os pubis          - vaak geen sympt

                                   - zelden meedoen blaassysteem

 

 

Stagering onderzoek

 

X                                 - ap, obturator en iliac oblique view, inlet, outlet

 

CT                              - met contrast(iv,or)   >afbeelden extraossale comp.

                                                                       >afbeelden blaas etc.

                                   - met contrast(epiduraal)       >afbeelden intraspinale tumor

 

MRI                             - beste afbeeldings modaliteit(weke delen, beenmerg uitbreiding)

 

Botscan                      - intraossale uitbreiding(sensitief, niet specifiek)

                                   - metastase

 

angiografie                  - bepalen plaats bifurcatie/iliacaal vaten bij hemipelvectomie

 

EMG                           - niet zinnig bij verdenking plexusingroei

 

 

Biopsie                     

 

-        noodzakelijk voor diagnose/behandelplan

-        voorkeur trocar biopsie

-        iliacale afw. :incisie parallel bekkenkam of anterieur tussen tensor fascia/sartorius

-        acetabulum afw.: anterieur tussen tensor fascia/sartorius

-        nooit gluteaal biopteren ivm latere chirurgie

-        voorkom contaminatie gewricht, iliacus, retroperitoneaal

-        ct geleid naaldbiopt goede vervanging open biopt

 

 

Chirurgie

 

Maligne spindle cel tumoren              - hemipelvectomie

Sommige patiënten                           - gemodificeerde (hemi) pelvectomie

Round cel/meta                                 - radiotherapie

Benigne tumoren                               - curettage

Botgraft/osteosynthese                     - alleen indien periacetabulair

                                              

 

Specifieke tumoren bekken

 

 

Chondrosarcoom

 

-        33%van alle primaire en sec. chondrosarcomen zit in bekken

-        groot bij presentatie

-        jelly-like substance (snelle contaminatie)

-        biopt: aanwezigheid kraakbeen

-        dubieus nut chemo/radiotherapie

-        alleen bij recidief/irresectabele tumor

-        meestal beensparend/ soms hemipelvectomie

-        4% recidief bij adequate marge

 

 

Osteosarcoom

 

-        5% van alle osteosarcomen

-        slechtere prognose dan op andere locaties

-        vaker hemipelvectomie, ruime marge

-        regelmatig irresectabel

-        vaak doorgroei vaten

-        evaluatie iliacaal vaten

-        preop chemotherapie: irresectabel>hemipelvectomie

-        radiotherapie: korte termijn palliatie

 

 

Ewing sarcoom

 

-        18-20% van alle ewings (most common site)

-        lytische afw./grote extraossaale component

-        survival 5-15%

-        doel: lokale controle/voorkomen meta lokale resectie/hoge dosis radiotherapie/multidrug chemotherapie

 

 

Metastase

 

-        bekken/periacetabulair common site

-        vaak hypervasculair

-        preop embolisatie

-        radiotherapie: goede palliatie als heupkop niet meedoet

-        chirurgie:   ter palliatie als heupgewricht wel meedoet

                        thp + cement + steinmanse pennen

Girdlestone(korte levensverwachting)

zadelprothese (periacetabulaire meta)

 

 

 

Specifieke chirurgie

 

Hemipelvectomie

 

-        amputatie door SI en symfyse met medeneming been

- modificatie: extended/standaard/modified

- retroperitoneale dissectie, legatie psoas/iliacus comm tpv SI

- sparen peritoneum/blaas ureter

-        indicatie: tumoren bekken gordel/bilregio sarcomen

-        mortaliteit: 5%

-        complicatie: bloeding/necrose flap/infectie

 

 

Beensparende chirurgie: bekken resectie

 

-        aparte resectie mogelijk van ilium/periacetabulum/ramus pubis

-        contra-indicaties bij doorgroei:

- vasculair

- peritoneaal

- SI

- sacrale plexus

-        zelfde incisie hemipelvectomie

-        limiterende structuren: iliacaal vaten/ischiadicus/n.femoralis/blaas

-        geen botreconstructie bij resectie ilium/ramus pubis

-        cave herniaties

-        allograft/autoclavering > kans fracturering

 

 

Tumoren proximale femur

 

Kliniek

 

Meest freq locatie van -metastase

 

zelden voorkomen      - primaire botsarcomen

 

kinderleeftijd               - ewing meer dan osteosarcoom

volwassenen              - met name chondrosarcoom

 

benigne tumoren        - mn fibreuze dysplasie/enchondromen/reusceltumoren

 

klachten                      - pijn/pathologischefractuur tgv mechanische stress

                                   - soms ischialgie( X heup +rug doen bij jonge patiënt)

 

X                                 - nuttig

- avasculaire necrose/praearthrose/osteomyelitis lijken op maligniteit

 

uitbreiding                   - vroeg langs ileopsoas/abductoren

                                   - niet langs femoraal vaten(tgv m.pectinus/ femoral triangle)

- zelden doorgroei n femoralis/ischiadicus (tgv exorotatoren)

                                   - vaak heup contaminatie bij path. fractuur

 

Stagering onderzoek

 

X                                 - ap, lateraal

 

CT                              - afbeelden extraossale comp.

                                   - afbeelden uitbreiding naar bekken via ischiadic notch

                                  

MRI                             - beste afbeeldings modaliteit(weke delen, beenmerg uitbreiding,    intra art.)

                                   - skip metastase

 

Botscan                      - intraossale uitbreiding(sensitief, niet specifiek)

                                   - metastase/transarticulaire skips

 

angiografie                  - bepalen plaats femoralis comm./femoris profundus (vaak verplaatst)

                                   - plannen embolisatie/ legatie

                                   - preop. embolisatie fem.prof. : hypernephromas

 

gewrichtspunctie        - tumorcellen

 

Biopsie                     

 

- noodzakelijk voor diagnose/behandelplan

- voorkeur Watson-Jones benadering(open)

- voorkomt contaminatie post/ant. structuren

- voorkom posterieure/laterale/ant. Smith-peterson benadering heup

- weke delen biopt vaak voldoende( geen risico fractuur)

- CT geleid naaldbiopt goede vervanging open biopt

- lateraal/distaal abductoren

 

Chirurgie

 

Low grade sarcomen      - en bloc resectie

High grade sarcomen     - resectie heup + reconstructie(prothese/graft)

                                        - voorkeur prothese boven graft

                                        - locatie prox femur/ fractuur: vaak modified hemipelvectomie

                                        - recidief IIb 20% > postop radiotherapie gewenst

Benigne tumoren             - curettage/min excisie

Botgraft/osteosynthese - ja, ter voorkoming sec. fractuur

                                           Evt. cement

 

 

Specifieke tumoren femur

 

Solitaire botcyste

 

- 15% solitaire botcyste in femur

- X soms niet diagnostisch >biopsie nodig

- complicatie behandeling: coxa magna/ kopnecrose

- therapie:       - percutane injectie prednicon/renografin + brace

                        -bij fractuur     10 jr< cast + injectie

                                               adolescenten curettage + osm

 

chondroblastoma

 

- 3 de locatie

- capitale of trochanter epifyse

- cave clearcel chondrosarcoom

- curettage/botgraft evt cryo ivm recidiefkans (= hoog)

- benadering capitale epifyse

- anterior/via fovea/tunnel laterale cortex

 

Reuscel tumor en ABC

 

- <5% RCT

- vaak uitbreiding femurhals/trochanter

- vaak fractuur

- preop angio en embolisatie

- kleine tumoren: curettage/cryo/osm/cement

- grote tumoren/fractuur/recidief: resectie/prothese

- rerecidief/sec maligne: enbloc resectie

 

Fibreuze dysplasie

 

- vaak prox femur

- volwassenen: simulatie andere tumoren

- botscan ter differentiatie

- recidief: 25-35% na curettage

 

osteoïd osteoom

 

- 26% oo prox femur(most common site)

- locatie:          intramedullair (weinig sclerose)

                        intracorticaal

                        subperiostaal (weinig sclerose, minst voorkomend)

- intermitterende progressieve pijn, toename ’s nachts

- goed effect aspirine

- na 6-12 mnd afwijking X

- botscan vroege stadium normaal

- diagnostiek: botscan/tomografie/ct scan

- intraoperatieve scintigrafie nuttig

- chirurgie:      alleen verwijderen nidus

                        ct naald markering

 

Ewing sarcoom

 

- most common site samen met bekken

- lytische afw./grote extraossaale component

- X : uienschil

- behandeling: chemo/radiotherapie

- bij fractuur vaak hemipelvectomie(geen radiotherapie mogelijk)

- biopsie alleen van weke delen component

- mri/ct

- angio: hypervasculaire afwijking

- recidief prox femur:25%

- resectie controversieel

 

Osteosarcoom

 

- 4% van alle osteosarcomen

- X vaak diagnostisch

- therapie: neoadjuvante chemo + resectie/amputatie

 

Chondrosarcoom

 

- 12%van alle primaire en sec. chondrosarcomen zit in femur

- groot bij presentatie/vaak low grade

- jelly-like substance (snelle contaminatie)

- biopt: aanwezigheid kraakbeen

- meestal beensparend

 

Metastase

 

- femur common site

- klachten: vage pijn/fractuur/min. sympt ondanks pos. botscan

- therapie: radiotherapie/protected weightbearing evt chirurgie

- individueel bepaald( andere been/heup,armen/schouders, reactie radio)

- 1/3 cortex > osm

- radiosensitief: myeloma/borst

- radioresistant: long/colon/prostaat

- chirurgie: ter palliatie

- curettage+ cementeerde prothese (lange steel)

- intramedullaire osm(niet bij acetabulaire uitbreiding)

 

Specifieke chirurgie

 

Gemodificeerde hemipelvectomie

 

- amputatie door ischiadic notch en symfyse met medeneming been

- behoud deel iliumvleugel/gluteus max/iliaca ext.

- minder necrose/betere functie hemipelvectomie

- bij ischiadic notch regio klassieke hemipelvectomie

 

Beensparende resectie (prox. femur resectie)

 

- bij I a/b en II a tumoren

- contra-indicaties bij doorgroei:

            - ischiadicus

            - femoraal vaten

            - bekken

            - intra articulair

- ct/mri evaluatie

- megaprothese/allograft/combi/dese met ischium

            - abductor recostructie essentieel

            - complicatie prothese: 20% luxatie

 

Tumoren van de knie

 

Most common lokatie primaire musculoskeletale tumoren

Mn RCT, ABC, osteosarcomen, parosteale osteosarcomen

 

Kliniek

 

Klachten         - pijn most common

                        - maligne tumoren vaak weke delen zwelling/fullness

                        - pathologische fractuur: mn RCT, zelden bij osteosarcoma(1%)

                                                                                 

X                     - altijd bij jonge patiënt met kniepijn

 

uitbreiding       - alleen gastrocnemicus hecht aan distale femur

                        - grote uitbreiding echter geen invasie spieren

                          cave microscopische uitzaaiing

                        - mn posterieur met uitbreiding popliteale structuur

                        - doorgroei posterieur langs vaten

                        - intraarticulair 3 routes

                                               - kruisbanden

                                               - percartilagineus

                                               - percapsulair

                                               - fractuur

                        - hydrops: cave intraarticulaire uitbreiding

                        - nauwe relatie fibula/tibia

 

Stagering onderzoek

 

X                                 - vaak diagnostisch

 

CT                              - afbeelden extraossale comp.

                                   - afbeelden uitbreiding intercondylair

                       

MRI                             - beste afbeeldings modaliteit(weke delen, beenmerg uitbreiding, intra art.)

                                   - skip metastase

 

Botscan                      - intraossale uitbreiding(sensitief, niet specifiek)

                                   - metastase/transarticulaire skips

 

Angiografie                 - evaluatie popliteale vaten

- uittredeplaats tibialis ant.

                                   - vaatanomalieën

 

Gewrichtspunctie       - tumorcellen

 

 

Biopsie                                 

 

- na overige stagering onderzoeken

- noodzakelijk voor diagnose/behandelplan

- trocar > incisiebiopt

- voorkom contaminatie popliteale fossa/gewricht/sartorial canal

- bij fibula cave peroneus

- operatie/biopt: 1 chirurg

 

 

Chirurgie

 

Spindle celsarcomen             - traditioneel disarticulatie/amputatie

                                               - heden I,IIa/b: i.p. beensparend/geen routine amputatie

                                               - lokaal recidief 6-20%

- reconstructie: prothese/dese/allograft/combi

- amputatie: neurovasc/contaminatie door biopt/ fractuur/   wekedelen exp.

 

Benigne tumoren                   - curettage/min excisie

 

Botgraft/osteosynthese          - ja, ter voorkoming sec. fractuur

                                                 Evt. cement

 

 

Specifieke tumoren femur

 

Osteoïd osteoom

 

- 3 de most common site

- locatie:          intramedullair (weinig sclerose)

                        intracorticaal

                        subperiostaal (weinig sclerose, minst voorkomend)

- intermitterende progressieve pijn, toename ’s nachts

- goed effect aspirine

- na 6-12 mnd afwijking X

- botscan vroege stadium normaal

- diagnostiek: botscan/tomografie/ct scan

- intraoperatieve scintigrafie nuttig

- chirurgie: alleen verwijderen nidus

- recidief: < 10%

 

 

nonossifying fibroma

 

- common rond knie

- alleen curettage

 

Reuscel tumor

 

- lokaal recidief na alleen curettage: 40-75%

- preop angio en embolisatie

- therapie: curettage/cryo/botgraft/osm/cement

            - complicatie na cryo: flap necrose/infectie/fractuur

- proberen kniefunctie te behouden

- indien resectie noodzakelijk

            - prothese/arthrodese/allograft

- rerecidief/sec maligne: enbloc resectie

- geen radiotherapie indien chirurgie nog mogelijk ivm risico bestraling sarcoom

            - 10-20% kans

 

 

Paraosteaal osteosarcoom

 

- met name posterieur

- X is diagnostisch

- botscan/ct voor uitbreiding en planning resectiegrootte

- angiografie: verplaatsing vaten, meestal geen doorgroei vaten

- naaldbiopt lateraal intermusculair septum

            - deze auteurs ip geen biopt gezien risico contaminatie poplitea space

- therapie: lokale chirurgische resectie

            - indien uitgebreide intramedullaire comp/grote tumor > resectie gehele femur

            - reconstructie: dese/prothese/allograft

- geen ervaring preop chemotherapie

- bij uitbreiding kapsel dit meereseceren

- lokaal recidief vaak amputatie

 

Metastase

 

- radiotherapie

- grote afwijkingen: curettage/cement/osm(liever intramedullair)

 

Indicatie en techniek voor beensparende chirurgie tumoren knie

 

Tumoren distale femur

 

En bloc= 15-20 cm dist.femur, articulair deel tibia, deel quadriceps

Biopsie: niet in sartorial kanaal, knie gewricht

 

Contra-indicatie resectie:

vaatingroei poplitea

            weke delen contaminatie

            pathologische fractuur

            ingroei patella/patellapees

 

Techniek:        beginnen met exploratie vaatbundel

                        pas op voor innervatie gastrocnemius/suralis

                        bij hydrops evt extra-articulaire resectie noodzakelijk

                        nooit verlengen extremiteit

                        prothesiologie>stabiliteit/voll. Belastbaar

                        vaak gastrocnemiusflap nodig

                        met spier voor voorkomen flapnecrose/infectie

 

Tumoren proximale tibia

 

Consideraties: beensparend vaak niet mogelijk door constructie weke delenbedekking

            hogere recidiefkans dan dist. Femur

            biopt klein/mediaal/vermijd knie

            m.popliteus voorkomt ingroei neurvasc.bundel

            angio, cave vaatanomalie dwz ontbreken a.tib.post.(5% in alle patiënten)

            tibiofibulaire gewricht meenemen bij resectie

bedekking met gastrocnemius flap (minder necrose/infectie)

            78% survival prothese na 2 jaar

 

 

Tumoren proximale fibula

 

Consideraties: vroege weke delen expansie

            Vlak bij tibia

                        Legatie ant./peroneale art.

                        Evt offeren n.peroneus

                        Cave tumor ingroei gewricht fibula-tibia

 

Angiografie:     vaatanomalie/verplaatsing

Ct/mri:             meedoen tibiaplateau?

 

Contra-indicatie: meedoen tibia/afwezige art.tib.posterior/intra art. uitbreiding knie

 

Adequate resectie: fibula/tibiofibulaire gewricht/ant. en laterale spieren/ deel lat. gastrocnemius /soleus/intermuscular septum/geen botreconstructie. gastrocnemius transpositie voor defect

 

Tumoren been

 

Less common site bot/weke delen tumoren dan dij

 

Kliniek

 

klachten                      - vage pijn

                                   - zelden palpabele afw. Bottumoren

                                   - weke delen tumoren pijnloze zwelling

                                   - vaak minder ver gevorderd bij detectie dan proximaal

                       

uitbreiding                   - mediale tibia groot subcutaan deel

                                   - snelle contaminatie(biopt/bloeding/fractuur)

                                   - via intermusculaire septum(doorgang art.tib.ant.)

                                   - 2 grote compartimenten(anterolateraal, posterieur)

                                   - tumoren dan vaak intercompartimentaal)

                                   - vaak ook meedoen fibula

 

reconstructie              - alleen voor tibia(voorkomen sec. fractuur)            

                                  

                       

Stagering onderzoek         

 

- X

- botscan

- CT (meedoen/verlies corticale bot)

- MRI (weke delen uitbreiding/merg ingroei)

- angiografie (trifurcatie beoordelen)

 

Biopsie                                 

 

- voorkom contaminatie 2 grote compartimenten

- cave sec. fractuur

- kleine tumoren fibula: prim. excisie

- tibia mediale benadering

- fibula laterale benadering

 

Chirurgie

 

Benigne tumoren tibia            - curettage/minimale excisie

                                               - grote defecten corticale graft

 

low grade/aggr. Benign          - beensparend

 

high grade spindle cel            - meestal amputatie boven de knie

 

round cel sarcomen               - chemo+ adjuvante radiotherapie

 

metastasen                            - radiotherapie/brace

                                              

weke delen sarcomen           - beensparend

 

Botgraft/osteosynthese          - ja, ter voorkoming sec. fractuur

                                                  Evt. cement

Specifieke tumoren been

 

Adamantinoma

 

- most common site

- diafyse tibia

- X vaak diagnostisch

- curettage vaak recidief

- advies: en bloc resectie en reconstructie

- soms long metastase

- bij recidief meestal amputatie boven de knie

 

Osteoïd osteoom

 

- 2 de most common site

- dd stressfractuur (belastingsafhankelijke pijn)

- locatie: intramedullair (weinig sclerose)

               intracorticaal

               subperiostaal (weinig sclerose, minst voorkomend)

- intermitterende progressieve pijn, toename ’s nachts

- zie eerdere aantekeningen

 

Metastase

 

- zelden in tbia/fibula

- behandeling: radiotherapie/brace

- soms chirurgie (bv. hypernephroma; dan ook embolisatie)

 

Specifieke chirurgie

 

Resectie fibula (diafyse)

 

Benigne/lokaal aggr.   - resectie periostaal

                                    - laterale incisie tussen peroneus longus/soleus

                                   - ligatie art. peroneus

                                   - resectie 5-6 cm boven enkel > behoud stabiliteit

 

grade I/II                      - ruime resectie (spieren/tibiofibulaire gewricht)

                                   - soms offeren peroneus

 

           

Been sparende resectie tibia (diafyse)

 

Lokaal aggr./gradeI     - resectie patellapees tot syndesmosis enkel + graft

                                   - botscan/mri (nivo osteotomie)

                                   - 6-12 mnd immobilisatie

 

Weke delen sarcomen bil regio en onderste extremiteit

 

 

Kliniek

 

Klachten                     - onderste extremiteit/bekkengordel most common site weke delen sarcomen

- meestal pijnloze zwelling

                                   - los/vast

 

uitbreiding                   - zelden meedoen lymfesysteem

- intracompartimentaal of extracompartimentaal

                                   - mn anterieur (Q), posterieur (hamstrings), mediaal (adductoren)

 

therapie                      - resectie+radiotherapie

                                   - heden evaluatie chemo

 

Stagering onderzoek         

 

- zeer accuraat door gedefinieerde compartimenten

- CT:    mate afw. in compartiment

bot meedoen

doorgroei ander compartiment

            doorgroei bekken

- MRI: aanvullende richtingen (sagittaal, coronaal)

            weke delen contrast

- botscan: bot meedoen

- angio: verplaatsing

 

 

Biopsie                                 

 

- longitudinaal

 

Chirurgie

 

Primair resectie:      - soort procedure

Afh: gradering/plaats/eerdere chirurgie/contaminatie/recidief risico/functionele resultaat/extra of intracompartimentaal

                                 - vaak een goede kans bij lies/bil/popliteale gebied

 

Low grade:               - ruime resectie

 

High grade:               - radicale resectie

                                 - ruime resectie+adjuvante therapie

                                              

Amputatie:                - indien geen veilige marge

                                 - hemipelvectomie (bil/lies tumor)

                                 - heupdisarticulatie (midthigh tumor)

                                 - hoog boven knie (thigh/poplitea tumor)

                                 - bij recidief kan vaak nog beensparend

                                - bij recidief stage II echter amputatie

 

 

Specifieke compartimenten; anatomische en chirurgische overwegingen

 

Bilregio                    

 

- begrenzing

- ilium/fascia gluteus/tractus iliotibialis

- CT/MRI  (uitbreiding ischiadic notch)

- dan hemipelvectomie

- botscan (ilium meedoen)

- biopsie lateraal

 

Anterieure dij comp. (Q)

 

- begrenzing

            - Q/sartorius/a.v.n. femoralis

- sartorius/femoraal kanaal grens met adductoren

            - linea aspera plaats van mgl. doorgroei

- angio(femoralis)

            - evt vaatprothese/graft

- botscan (evaluatie intermedius-bot relatie)

- dist 2/3 tigh>intracompartimentaal

- prox 1/3 tigh>neiging verspreiding lies/femorale hoek/adductoren

            - hoog recidiefkans

            - Iib vaak hemipelvectomie

 

Mediale dij comp. (add.)

 

- begrenzing

            - sup/inf ramus os pubis

            - adductoren kanaal

            - ischium

            - med. intermusc. septum

            - adductor magnus

            - diepe fascie dij

- inhoud:gracilis/adductor brevis/longus/magnus /pectineus/a.n.obturatorius/a.femoralis

  profunda

- lymfestelsel proberen te sparen

- meeste tumoren prox spiergroep

            - uitbreiding fossa obtur./linea aspera/femoraal vaten

            - hoge recidief kans

 

Post. dij comp. (hamst.)

 

- begrenzing

            - laterale intermusc. Septum

            - fascie add. Magnus

            - ischium

            - hamstrings

            - linea aspera

            - femur

- inhoud: ischiadicus/hamstrings/post. deel add. Magnus/distaal a.fem.sup.f

- uitbreiding langs ischiadicus naar proximaal (gluteus) en distaal (popliteus)

            - doorgroei ischiadicus niet altijd amputatie

            - motorisch deel hamstrings proximale 1/3deel ischiadicus                                  

 

Lies:  

 

- begrenzing

            - ligmentum ingenuale

            - diep fascie

            - ileopsoas

            - heupkapsel

            - pees rectus femoris

            - pectineus

- uitbreiding

- snel andere compartimenten

            - ook retroperitoneaal

            - ct/angio vaak misleidend, mri nuttig

- hoog complicatierisico chirurgie met name II a/b na mod. hemipelv.

 

Behandeling weke delen sarcomen been

 

8-12% alle weke delen sarcomen

3 anatomische compartimenten

            - anterior/lateraal/posterior.

              Anterieur en lateraal functioneel 1 compartiment

 

Anterior                                

 

- begrenzing

            - diepe anterieure fascie

            - post intermusculaire septum

            - cortex tibia / fibula

            - dunne fascie anterieure en laterale

            - vaak doorgroei anterieure en laterale compartiment

- inhoud: tibalis anterior/extensor halluces longus/extensor dig. comm.

            - innervatie diepe tak peroneus

            - vaatvoorziening a.tibialis ant.

- botscan (cortex/fibula aantasting)

- angio (trifurcatie)

- na resectie alleen drop foot

 

Laterale compartiment (peroneus)          

 

- begrenzing

            - fibula

            - anterieure spiergroep

            - soleus

- inhoud: nervus peroneus/morbus peroneus

- vaak resectie anterieur/laterale compartiment/fibula/nervus peroneus (stage II)

            - functioneel beter dan boven knie amputatie

 

Posterieure compartiment (flexoren)     

 

- begrenzing

            - intermusculair septum

            - diepe fascie

            - tibia/fibula

- inhoud: gastrocnemius/soleus/tbialis post./FHL/FDC/a.n.tibiale posterior

            - deze laatste scheiden diep en oppervlakkig compartiment

- stage I > ruime resectie

- stage II> boven knie amputatie

 

Tumoren voet en enkel

 

Zeldzaam, 1-5% (<1% van alle osteosarcomen in de voet)

RCT/ABC/SBC/intraossaal ganglion most common in talus, calcaneus, dist tibia

Fibromatosis meest voorkomende benigne aandoening voet

 

Kliniek

 

Klachten                     - vroeg pijn

- aanvankelijke diagnose verzwikte enkel

                                   - zelden fractuur

                                   - soms asymptomatische zwelling

                                     dd ganglion vs weke delen sarcoom

           

uitbreiding                   - meestal meedoen enkel/subtalaire gewricht

                                   - zelden anterieure tibiale postior.

 

benadering                 - lateraal: talus/calcaneus/distale tibia

 

therapie                      - resectie arthrodese/amputatie

 

 

Stagering onderzoek         

 

- X vaak diagnostisch

- CT:    bot meedoen calcaneus/talus

- MRI: weke delen

- botscan: uitbreiding bot, cave valse uptake

- angio: tumor blush bij RCT/ABC

- i.p. nooit embolisatie

 

 

Biopsie                     

 

- voorkeur naald

            - pas op contaminatie enkel

- open

            - sinus tarsi voor talus

-voorvoet

            - direct ter plaatse van afwijking/ook plantair

 

Chirurgie

 

Benigne/lokaal agressief - curettage/resectie/cryo/botgraft

            - distale tibia: arthrodese

            - reconstructie

            - dist tibia: fibular struts

            - calcaneus/talus: iliac cortcocancellous struts

 

stageIIa/b - meestal amputatie

            - met name indien plantair

            - voorvoet > syme amputatie

            - achtervoet/enkel > onder knie amputatie.

 

Specifieke tumoren voet en enkel

 

Solitaire botcyste    

 

- distale tibia 4%

- zeldzaam calcaneus

- botscan: koude laesie

- geen chirurgie/wel injectie

 

Intraossaal ganglion           

 

- mediale malleolus 33%, 2 de plaats tarsalia

- biopsie dikke vloeistof

- curettage + fibreuze lining

- lichte uptake botscan

 

Reusceltumor en ABC       

 

- ABC 11%

- RCT 2%

- dist tibia/talus

- most common bottumor talus= RCT

- uptake botscan

- CT voor evaluatie noodzaak botgraft

- curettage/cryo/botgraft subchondraal/cementatie primair defect

 

Chondrosarcoma    

 

- 2%

- ip laaggradig

            - curettage/cryo

- voorvoet = benigne enchondroom

 

Fibromatosis            

 

- 4 types

- superfisciaal (langzame groei, stabiel)

            - 25% bilateraal

- infantiel digitaal (smalle noduli tenen)

- infantiel (agressief, desmoïd)

- congenitaal

- laatste 2 zeer agressief > ruime excisie

            - soms amputatie voor lokale controle

 

Synovitis villonodularis pigmentosa       

 

- enkel 3 de plaats

- excisie/synovectomie

- soms arthrodese