Hoofdstuk 2

 

 

INTRODUCTIE:

 

 

Functie van het skelet:

·  Locomotore systeem

·  bescherming vitale organen

·  minerale metabolisme

 

Bot is een plastische structuur: balans tussen aanmaak en afbraak.

 

 

Bone Architecture

 

“Onder de microscoop zien we 2 typen bot”:

-      ongeorganiseerd, hypercellulair woven bone

-      georganiseerd, hypocellulair lamellar bone

 

Woven bone:

Product van snelle formatie. Daardoor irregulaire collageen en osteocyte verdeling.

We vinden het in:

-      embryo

-      insertie ligament/pees

-      bone injury sites (trauma, metabool, mechanisch).

 

Woven bone belangrijk bij het snel herstellen en onderhouden van de skelet functie

 

Laminair bone:

We vinden het in:

-      cortex                     ®        lamina concentrisch rond vasculair kanaal

-      cancellous             ®        lamina parallel aan trabecels

 

Collageen vezels volgen de laminaire structuren, maar kruisen ook de interlaminaire ruimten om zo het bot krachtiger te maken. Een andere theorie zegt dat de hoeveelheid glycosaminoglycanen in de laminaire lagen de sterkte van het bot beïnvloedt.

 

 

The cells of bone

 

Twee cellijnen in het bot:

1.   Multipotentiale primitieve mesenchym cellen       ®   Osteoblasten

                                                                                          Osteocyten

                                                                                          Bone lining cells (wat is dit?)

2.   Haemopoetische monocyt-macrophage serie     ®   Osteoclasten

 

 

Osteoblasten:

 

Osteoblast: synthese van osteoïd (niet minerale deel van de bot matrix)

Ontstaan cyclus:

1.   Progenitor cel

     Endoteel cel          

     Pericyt                    } ® onder invloed van cytokine differentiatie naar preosteoblast

     Reiculocyt                                                                                                                      

2.   Preosteoblast        rijping 2-3 dagen, vorming van collageen en alkalischefosfatase.

3.   Osteoblast (jong)   productie pro-a1 collageen, osteocalcine    ® vorming van osteoïd o.b.v. elektrolytflux tussen extracel. Ruimte en osteoïd wordt                             mineralisatie door osteoblast geïnitieerd.

                                    Osteoblast is z’n 8 weken actief

4.   Osteoblast (oud)    1. Celdood

2.    differentiatie in bone linning  cel

3.    differentiatie in osteocyt

 

 

Bone lining cells

 

Gedifferentieerd uit osteoblasten, het zijn “gatekeepers”

Functie:    -   site specific miniralisation or resorption

-      inductie capillaire groei

-      aanzuigen van pre-osteoclasten

 

Resorptie wordt gemedieerd door:

-      PTH

-      Vit D (1,25 dihydrocycholecalciferol) } ® dit leidt tot minder aanmaak van collageen

-      Prostaglandines

Tijdens het resorptie proces neemt CAMP toe wat leidt tot toename van de osteoclastische activiteit. Collegenase wordt gesacreerd waardoor oplossen van het endostale membraam en m.a.g. het vrijkomen van de “bone surface”.

 

 

Osteocyten

 

Gedifferentieerd uit osteoblasten ingebed in het osteoïd, afkomstig van omliggende blasten, en vormen zo een lacuna. De osteocyten vertegenwoordigen 90% van de botcellen en produceren geen collageen.

Zoals de osteoblasten zijn de osteocyten cytoplasmatische actief en vormen het canaliculair systeem (3-D syncytium). Dit systeem maakt communicatie tussen andere cellen mogelijk, het verzorgt de “metabolic support” en reacties op deformatie naar de andere cellen (cyten, blasten, lining cells).

 

Communicatie verloopt via connexinen, een 6-tal membraanproteïne uit de gap-junctions.

 

 

Osteoclasten

 

Gedifferentieerd uit de haemapoetische cellen, ze verzorgen de botresorptie.

Bij gestoorde activiteit ® osteopetrose, marble bone.

I.t.t. blasten zijn de clasten multinucleair en motil.

Osteoblasten ® macrofaag/monocyte “like” en II-3 + GM-CSF te stimuleren (rede: alle van haemo-origine).

Activatie van de osteoclasten (FTH, TNF)

 

(ZIE BLZ 20 NIET SAMEN TE  VATTEN)

 

 

The composition of bone matrix

 

Bot bestaat uit water (5%), anorganische matrix (70%) en cellen/organisch materiaal (25%).

·       Organische matrix (94% collageen) verzorgt de tensie weerstand. Denk aan collageen stoornis bij “brittle bones”. De rest (6%) van de organische matrix bevat bot regulatoren (enzym, hormoon, etc).

·       Anorganische matrix bevat hydroxy-apatiet (Ca, Ph, Mg). De gemineraliseerde matrix verzorgt de compressie weerstand.

 

1. Collageen:

In het bot voornamelijk Type I collageen. Dit is een hetrotrimeer die bestaat uit twee a 1-(1) ketens (tropocollageen) en èèn a2(1) keten. Het tropocolageen verzorgt de typische structuur van collageen 1.

 

Bot collageen 1 lijkt op wekedelen collageen 1.

Een paar verschillen:      -   in bot minder (hydroxy)-allysine

-      in bot meer geglyxoseerd hydroxylysyl

-      in bot minder glycosyl-galacto hydroxylysyl

 

2. Protoglycanen:

Gi en PG2 opgebouwd uit 5% proteïne en 95% disaccharide.

Functie:

-      vrijhouden van ruimtes voor latere botontwikkeling

-      initiatoren tot mineralisatie

-      binden van groei mediatoren

-      depositie en structurering van het collageen

-      onderdeel in de informatie overdracht van mechanische stress

 

3. Osteonectin:

Acidic 38-kDa glycoproteïne (vormt 15% van het niet collagene eiweit)

Functie: het bindt aan collageen en bindt zelf calcium en hydroxy-apatite.

 

4.   RGD-Containing proteïnes:

Niet collagene eiwitten met een Arg-Gly_Asp aminozuur sequentie.

Rijtje:

-      fibronectine (geprod in blast en is een blast mediator)

-      thrombospondine

-      sialoproteins (geprod in blast, clast en uterine trophoblast)

              ¯

osteopontin (Bone SialoProtein I) zoals fibronectine een mediator voor cel attachment aan de bot matrix.

 

5.     Osteocalcine:

Belangrijk matrix eiwit 5.3-k.Da (2% van het bot eiwit). Ebvat 3 à 5 gamma-carboxylated glucaminezuur units.

Functie:

-      mineralisatie

-      remodelering

-      osteoclast recrutering/bot vorming

 

Toename osteocalcine o.i.v. Vitamine D

Toename gamma-carb, gluxaminez. O.i.v. Vitamine K.

 

(Spiegel) osteocalcine zegt iets over botvormingsactiviteit.

Tekort aan osteocalcine ® geen resorptie ® vroege epifyse sluiting.

 

6.     Hydroxy-apatiet:

Een calcium cristal, vele moleculaire varianten o.b.v. verontreiniging binding met elementen en andere moleculen ® hierdoor ontstaat bioactiviteit van de botcellen.

Het oudere hydroxy-apatiet hebben minder “verontreiniging” en zijn daardoor minder reactief.

 

 

Mineralisatie:

 

Simpel gesteld: omzetting van oplosbaar hydroxy-apatiet naar vaste vorm.

 

Mineralisatie van osteoïd start 10 a 15 dagen na vorming. Binnen uren is 70% van de mineralen afgezet in de nucliation sites/collageen hole zones. In de collageen zones “plakken” organische mediatoren (b.v. osteonectine, fibronectine en phosphoproteïne) die nodig zijn voor het mineraaldepositie proces. Mineraal depositie initieert de ordening van het collageen netwerk in parallelle kristal/collageen structuren. Tevens vindt in de mitochondrieën en membramen kristalafzetting plaats.

 

Protoglycanen voorkomen mineralisatie, we vinden dan ook hoge concentraties hiervan in de huid, pezen en ligamenten. Tevens verhindering van de mineralisatie door enzymen uit bepaalde vesicles en in dicht op een gepakt en daardoor ondoordringbaar collageen.

 

Rickets en osteomalacie ® osteoblast osteoïd goed / mineralisatie slecht.

 

 

Bone mineral metabolism:

 

Regulatie van het extra cellulaire mineraal milieu door PTH. Vitamine D en calcitonine.

 

·       Parathyroïd hormoon

Single chain polipeptide uit de bijschildklier.

Doel organen:

-      bot     ® mobiliseer Ca en indirect door osteoblast stimulatie

-      nier    ® resorptie Ca en indirecte vorming van Vitamine D [1.25(OH)2D3]

-      darm ® indirect via Vitamine D op Ca absorptie

 

Uitvoeriger:

PTH activeert osteoclasten indirect via de osteoblasten (deze hebben PTH receptoren), bot resorptie start en de collageen synthese wordt geremd.

De clasten groeien en verkrijgen ruimte door de terugtrekkende lining cellen. Deze processen worden gemedieerd door toename van [Ca] en [c-AMP].

 

·       Vitamine D

Actieve vorm 1.25(OH)2D3 = calcitriol wordt gevormd in de nieren.

Vitamine D verhoogt de productie van transport eiwitten die nodig zijn voor de Ca absorptie. Het calcitriol werkt als een hormoon in de celkern waar het de vorming van m-RNA en daarmee transporteiwitten induceert.

 

Werking in bot ® stimuleert de differentiatie van osteoclast precursors

Tekort aan vitamine D ® Rickets en Osteomalacie

 

·         Calcitonine:

Polypeptide uit de schildklier, verlaagt botresorptie en renele reabsorptie Ca, PO4, Na, K, Mg.

Wekt via receptoren op osteoclasten om zo de botresorptie te remmen.

Calcitonine secretie wordt gereguleerd door [Ca] en c-AMP

 

Calcitonine mogelijk te gebruiken als therapeuticum ® Paget, hypercalcemia.

 

 

Hormone, Growth Factor and Cytokine Regulation of Bone Metabolism

 

© Sex Hormones ©

 

Oestrogeen                                          laag ® osteoporose (vnl trabeculair bot)

-      inhibereert de osteoclastische botresorptie

-      osteoblasten prolifereren en worden PTH ongevoelig (zie boven)

-      verhoogt de calcitonine secretie/synthese

-      laag houden van de botresorptie factoren (IL-1, IL-6, TNF en LIF)

 

 

Thyroïd

 

T4-T3 beïnvloeden de osteoclastische botresorptie “lineair”

 

Glucocorticoids:

Vermindert darm Ca absorptie ® direct effect op het endotheel

                                                         indirect op niveau van Vitamine D en PTH

 

ZIE BOEK NIET SAMEN TE VATTEN ®

 

Transforming growth factor-Beta ® stimuleert blasten, remt clasten

Insulin-like growth factor ® te moeilijk

Platelet-Derived growth factor ® via blasten een collageen stimulator

Colony-Stimulating factors ® proliferatie osteoclast precursors

Interleuking-1 ® proliferatie van clast precursors en het PTH/blast mechanisme (zie boven)

Interleuking-6 ® product uit blasten bevorderd, de resorptie

Tumor necrosis factor - Alpha ® prod. van lymf/monocyten en M.fagen, stimuleert de resorptie.

Prostaglandins ® messanger tussen blast en clast, stimuleert de botresorptie

Bone Morphogenetic proteïn ® activeert de blast, is osteoinductief.

 

 

Bone Moddeling and Remoddeling

 

Bot is een dynamisch weefsel, er is constante turnover o.i.v. cellen, matrix, biophysche en chemische processen.

 

Kind              ® +/-100% turnover

Volwassen    ® +/- 10% turnover

 

Moddeling: botvorming bij afwezige resorptie

Remoddeling: botvorming en resorptie

Theorie van Frost:  Basic Multicellular Unit  (BMU). Entiteit van blasten en clasten.

Physiologic Remoddeling:

 

Continu proces, gemedieerd door de BMU.

Remoddeling begint met clasten die een Cutting Cone vormen. Een cementlaag wordt gevormd en de blasten vormen dan lamellae van nieuw tot matrix. Na 20 dagen begint het mineralisatie proces, aanvankelijk gaat dit snel, 75% in enkele dagen. Het hele mineralisatieproces duurt 1 jaar.

 

 

Bone Adaption:

 

Wolff’s law en andere modellen ® zie boek.

 

Gezellig gekeuvel zie boek ®

The functional strain environment

Transducing a Physical signal to a cellular response

Mechanical properties of the bone

Compatibility of bone with biomaterials