FOREARM FRACTURES
Classification:
-
Classificatiesystemen
AO/ASIF en orthopaedic trauma association nog niet breed geaccepteerd en
bruikbaarheid moet nog worden aangetoond.
Open fractures
Door het relatief
lange gedeelte van de ulna dat juist subcutaan verloopt is er dikwijls (alleen
bij de tibia vaker) sprake van een gecompliceerde fractuur. Classificeren
volgens Gustillo en Anderson.
-
Operatieve
debridement en breed-spectrum AB iv.
-
I, II, IIIa
open fracturen niet later dan 12-24 uur: open reductie en plaatosteosynthese,
met goede functionele resultaten en laag infectiepercentage (<5%).
-
Indien door
comminutie geen interfragmentaire compressie kan plaatsvinden wordt een
autoloog bottransplantaat geadviseerd.
-
Type IIIb en
IIIc: slechter resultaat en meer infectie. Stabiliteit is nodig voor goede
behandeling weke delen: externe fixatie, IM-nails, plaatosteosynthese, of latere conversie van
externe fixatie naar plaatosteosynthese.
-
Zeer ernstig
letsel: vroege amputatie (score via MESS).
-
In de
posttraumatisch of postoperatieve fase.
-
Ook na
low-velocity gunshot en ander laag-energetisch letsel.
-
Vroege
tekenen: paraesthesieën, pijn bij passieve extensie van de vingers. Verdwijnen
van pulsaties treedt pas laat en maar bij 25% op.
-
Meten van
druk, bij verhoogde druk fasciotomie.
Treatment of forearm
fractures:
-
Streven naar
anatomisch reductie.
-
Meer dan 10’
angulatie geeft flinke beperking. Steven naar behoud van de natuurlijke
kromming van de radius.
Niet operatief:
-
Stabiele (<50%
schachtbreedte verplaatsing), geïsoleerde fractuur van het distale 2/3 van de
ulna (pareerfractuur). Bovenarmsgips of functionele brace 8-10 weken.
-
Geïsoleerde
radiusfractuur bij behoud van de bow.
Operatief:
-
Plaatfixatie:
open reductie en 3.5 mm plaat is behandeling van keuze. Indien door comminutie
meer dan 1/3 van de diafysaire cortex insufficiënt is dan autologe graft met
goede resultaten. Exposure ulna in het subcutane traject. Exposure radius via
dorsaal (Thompson) of volair (Henry). 3-4 maanden, minder dan 25% rotatieverlies en 10’ verlies
pols- en elleboogfunctie.
-
Externe
fixatie: IIIb en IIIc. Ernstig weke delenletsel, geïnfecteerde non-union, op
lengte houden ernstige communitieve fracturen. In 10% re-reductie nodig.
-
Intramedullarie
nail: slechte resultaten, veel non-union en angulatie.
-
Synostose in
2-3% (meestal distal). Vaker bij Monteggia. Type I: distaal intra-articulair
gedeelte van radius en ulna. Type II: diafysair. Type III: proximaal 1/3
gedeelte. Etiologie: hoog energetisch, infectie, exposure van ulna en radius
door 1 incisie, neurotrauma, ORIF > 2 weken na trauma, schroeven die
membrana interossea penetreren. Behandeling conservatief bij functionele stand,
anders resectie met interpositie. Recidief met name bij type I en III.
Eventueel enkele dosis RTX (800Gy.).
Plate removal and refracture
-
4-24%
(refractuur na verwijderen osteosynthese materiaal) Risicofactoren: 4.5 mm
plaat (grote plaat), te vroeg (binnen 18 maanden) verwijderen van de plaat.
Gecompliceerd door: infectie, zenuwletsel, persisteren van de klachten (bij
67%). Daarom niet routinematig verwijderen.
Galeazzi:
-
Fractuur
diafyse radius met letsel DRUJ.
-
3-6% van de
antebrachii fracturen .
-
Axiale kracht
op een geproneerde onderarm.
-
Suggestief
voor letsel DRUJ: fractuur styloïd, verwijde DRUJ op de AP-opname, dislocatie
radius ten opzichte van ulna op de true lateral opname en verkorting va de
radius van meer dan 5 mm.
-
Behandeling
ORIF met indirecte, stabiele reductie van het DRUJ. Bij operatief stabiel DRUJ:
vroeg functionele behandeling, anders additioneel pinnen en bovenarmgips
gedurende 6 weken. Indien geen reductie mogelijk: exploratie (interpositie?).
-
Complicaties
(vaak, tot 39%): non-union, malunion, infectie, gemiste DRUJ-dislocatie, letsel
dorsale tak nervus radialis.
Monteggia:
-
Proximale 1/3
van de ulna met dislocatie van het radiuskopje. 1-2% van de antebrachii
fracturen. Indeling fig. 23-2 pag. 426 volgens Bado. Dislocatie van de
radiuskop wordt vaak gemist (tot 25%).
-
Behandeling:
open reductie en (plaat)fixatie van de ulna. Bij 90% hierdoor ook reductie van
de radiuskop. Indien ook fractuur va het radiuskopje dan bij interpositie ORIF.
Testen op OK. Indien stabiel: vroeg functioneel. Anders zeker 6 weken
immobilisatie.
-
Complicaties:
non-/mal-union, infectie, letsel post inteross nerve tot 20% bij type III,
meestal transiënt.