PELVIC AND ACETABULAR FRACATURES
Bekken en
acetabulumfracturen komen niet veel voor en waarschijnlijk alleen in grote
traumacentra, waardoor verkrijgen van ervaring lastig is. De behandeling is
complex door driedimensionale anatomie en neurovasculaire en viscerale
structuren.
Bekkenfracturen
De stabiliteit van de
bekkenring is afhankelijk van bot en weke delen.
Voorzijde: gewricht symfyse
pubis met aan de bovenzijde de symfyseligamenten en aan de onderzijde
ligamentum arcuatum (fig. 25-1)
Achterzijde: sacro-iliacale
ligamenten, interosseus, iliolumbaal, sacrospineus, sacrotubereus zijn primaire
ligamentaire stabilisatoren aan de achterzijde.
Patiëntenevaluatie:
Vallen
op grond vanuit staande positie kan leiden tot een stabiele, niet verplaatste
bekkenfractuur, welke symptomatisch kan worden behandeld.
High
energy accidents kunnen aanleiding geven tot meer ernstiger en meer verplaatste
bekkenring-fracturen.
Principes:
· eerst rug vrijgeven voor bewegingen van wervelkolom
· warm houden; hypothermie leidt tot verhoogde
stollingsneiging
· evaluatie en therapie tegelijkertijd in verband met grote
bloedverlies
· rest lichaam evalueren
· volume resuscitatie
· stabiliteit van het bekken
· inspectie huid en peri-anale gebied
· 1x mechanische evaluatie van de bekkenring
·
nadat AP-foto
is gezien
·
meest ervaren
handen
·
gecedeerde
patiënt
·
nadat
neurologisch onderzoek goed gedocumenteerd is
· NB: herhaaldelijk testen van de stabiliteit vergroot de kans
op stolselloslating en neurologische schade
· rectaal touche of bij vrouwen bimanueel touche
· cave urethra- blaasletsel bij haematurie, meatusbloeding,
niet kunnen plassen en bij alle bekkenfracturen. Eventueel consult uroloog
· bloedonderzoek
Radiologie:
· eerst screenende AP-foto; deze laat al veel afwijkingen zien
· 2de instantie in- en outletopnames
· laterale opname van het sacrum om bepaalde fracturen van het
sacrum te beoordelen
· soms stressopnames “push-pull”
· dynamische fluorscopie onder narcose preoperatief laat ook
veel zien, o.a. sommige minimaal verplaatste fracturen kunnen toch ernstig
instabiel zijn
· 2-dimensionele CT-scan laat veel aanvullende info zien,
voornamelijk kwantitatieve verplaatsing
· 3-dimensionele CT-scan is alleen nodig bij moeilijke,
bijzondere gevallen, en bij mal- of non-union
· angiografie van het bekken kan worden verricht bij
onbegrepen bloeding bij bekkenringfracturen. Hierbij kan selectief worden
geïmmobiliseerd. Voorbeeld een dislocatie bij grote sciatis notch kan leiden
tot een bloeding van anterior gluteus superior
· het urogentiale system kan gevisualiseerd worden door IVP,
cystogram, retrograad urethrogram.
Classificatie:
Meerdere
classificaties zijn gemaakt. Het is niet mogelijk om een makkelijke indeling te
maken die tevens therapie voorschrijft en outcome voorspelt.
Bij
volwassenen geldt voor bekkenletsels het principe van minstens 2 plaatsen van
de ring (anterior, posterior).
Maar
bij avulsiefracturen, direct high energy loading en kinderbekkenletsels hoeft
dit principe niet te gelden.
Indeling
volgens Pennal:
- distractie bij anteroposterieure compressie (= open boek)
- compressie bij laterale compressie kracht (= gesloten boek)
- vertical shear bekkeninstabiliteit, waarbij rotatie
instabiliteit gekoppeld is met craniocaudale hemipelvic verplaatsing. Dit zijn
meer complexe letsels.
Deze
indeling zegt niets over de hemipelvic flexie en extensiedeformiteiten.
Hierdoor een ander schema eventueel te gebruiken. (tab. 25-1).
Therapie:
Vroeg:
· resuscitatie
· lichaamstemperatuur
· vorm van external support/tijdelijke fixatie, zoals
vacuumzak, bekkenlaken.
Laat:
· tractie
· spica-casting
· externe fixatie
· percutane interne fixatie
· open repositie en interne fixatie
Conservatief:
Voor
low energy trauma eventueel krukken, bedrust, tractie/pelvic sling. Andere
bijkomende problemen ontstaan zoals decubitus, thrombosis. Spicacasting
eventueel bij kinderen of in acute fase bij resuscitatie van volwassenen.
Externe
fixatie:
Geeft
stabiliteit van de bekkenring bij verticaliseren. Biomechanisch minder goed
wanneer vergeleken met interne fixatie. Problemen zijn pengatinfecties, falen van
materiaal, malreductie. Het strategisch plaatsen van de pennen zorgt voor
duurzaamheid en mechanische stabiliteit. Eventueel in combinatie met percutane
interne fixatie.
Complicaties:
· mal- of non-union van de posterieure pelvis zorgt voor
invaliderende lage rugpijn
· anisomelia
· lumbale plexusletsel zorgt voor chronische pijn en
genito-urinale en seksuele disfunctie
· de posterieure benadering heeft hoge complicatie rate
Acetabulumfracturen
· gevormd door 3 botten: ischium, ilium, pubis
· bijna geheel bekleed met hyalien kraakbeen
· vorm sferisch heupgewricht
· bloedvoorziening ligamentum Teres, merendeel door kapsel
· de iliofemorale ligamenten ondersteunen het heupgewricht
· typisch letsel voor acetabulumfractuur is een axiale kracht
op het femur bij knie of pertrochantere gebied
· het resulterende fractuurpatroon is een resultaat van
positie van het femur ten tijde van impact, vector van de kracht, botkwaliteit
o.a.
· Letournel en Judet leverden pionierswerk
· het acetabulum wordt verdeeld in 2 pijlerprincipe; voorste
en achterste pijler
· voorste pijler = ramus superior ossis pubis, anterieure
acetabulumwand, anterieure dome, spina ilaca anterior, deel van anterieure
ilium
· achterste pijler = ischium, posterieure acetabulumwand,
posterieure dome, posterieure ilium
· beeld van omgekeerde Y (fig. 25-7)
Patiëntenevaluatie:
· zelfde als bekkenfractuur
· verplaatste acetabulumfracturen kunnen door grote sciatic
notch verplaatsen en zo anterieure gluteus superior laederen
· deformiteiten
· anterieure fractuurdislocatie is zeldzaam: exorotatie en
abductie
· posterieure fractuurdislocatie: verkorting, adductie,
endorotatie
· neurologisch onderzoek; peroneuseel van de nervus
ischiadicus is meest kwetsbaar en als eerste aangedaan bij posterieure
dislocatie
Radiologie:
· goede AP-foto
· iliopectineale lijn (=iliopubische lijn) is een corticale
lijn die begint bij pelvic brim en gaat naar pubic symfysis, representeert de
voorste pijler
· ilioischial lijn is een corticale lijn vanaf pelvic brim
naar ischial tuberosity, reprenteert de achterste pijler
· in- en outletopnames ook geschikt om deze 2 lijnen te
identificeren, bij voorkeur gecedeerde patiënt
· obturator-oblique: aangedane heup 34-45° naar voren gedraaid,
hierbij staat foramen obturatorius loodrecht op röntgenbron ® voorste pijler en
achterwand
· iliac-oblique: gezonde heup draait naar röntgenbron, de
iliacale fossa staat loodrecht op röntgenbron (pijnlijk) ® achterste pijler en
voorwand
· CT-scan: 2 dimensionele weergave is nuttig om beter
fractuurinzicht te krijgen. Slides van 5 mm, en bij gewricht 3 mm
· 3 dim CT is leuk en soms nuttig en aanvullend, maar zeker
niet vervangend en soms misleidend
Classificatie:
Letournel
beschreef indeling gebaseerd op 2 pijlerconcept. Het is makkelijk te onthouden,
guides therapie en onderkende eventuele varianten.
Acetabulumfracturen
worden ingedeeld in:
- elementair
- geassocieerd
Elementaire acetabulumfracturen:
· posterior wall
· anterior wall
· posterior column = achterste pijler
· anterior column = voorste pijler
· transverse fracture = dwars; beetje onduidelijk dat deze bij
de elementaire fracturen staat, omdat hierbij 2 pijlers kapot zijn. Letournel
zegt dat ondanks de 2 pijlers de fractuur eenvoudig is en bij de elementaire
fracturen hoort. Transversale fracturen zijn verder onder te verdelen in
transtectale, juxtatectaal en infratectaal, gerelateerd aan hoogte van
fractuur.
Associated fractures:
· zijn combinaties van elementaire fracturen
· post column (achterste pijler) met posterior wall
· transverse met posterior wall
· T-type: dwars transverse fractuur met uitbreiding van
fractuur door foramen obturatorius
· anterieure column met post hemitransverse: lijkt op T-type
echter de verticale fractuur gaat door voorste pijler en niet foramen
obturatorius
· beide pijlers: complete dissociatie, “floating acetabulum”
Therapie:
Acuut:
· Gesloten repositie onder narcose
· cave ipsilateraal femurhalsfractuur
· langdurige dislocatie bedreigd vascularisatie van de kop
· reden van mislukken van gesloten repositie is interpositie,
inadequate sedatie of anders
· neurologische onderzoek na repositie is nodig, eventueel
entrapment van nervus door fractuur. Therapie is exploratie, open repositie en
interne fixatie
Conservatief:
· bij stabiel niet verplaatste fracturen
· mobiliseren beperkt belast
· sommigen niet verplaatste fracturen tractie op distale
femur, epiduraal en vroege CPM
· conservatief kan bij fracturen van het acetabulum met
secundaire congruentie, dat wil zeggen de fractuurdelen zijn congruent en
vormen nog steeds een sferische overdekking van de kop
· de mate van overdekking kan gemeten worden: loodrechte lijn
op lijn die tuber ischii verbindt, door sferische centrum van acetabulum. 2de
lijn vanuit sferische centrum naar fractuurrand op alle 3 opnames. Deze hoek
groter of gelijk aan 45°
· controlefoto
Interne
fixatie:
· succesvolle behandeling
hangt af van:
1. goede patiëntenselectie
2. goed begrip van fractuur
3. preoperatieve planning
4. juiste benadering
5. vroege anatomische, stabiele repositie
6. snel mobilisatie en oefenen van het gewricht
· meestal door meest
ervaren chirurg
· acute open reductie en fixatie zelden nodig, alleen bij open
fracturen, niet reponeerbaar, neurologische uitval na gesloten repositie,
interpositie
· benaderingen:
1. ilio-indiunaal
2. Kocher-Langendeck
3. extended iliofemoraal
Complicaties:
· DVT; proberen te voorkomen, eventueel diagnostiek
· coxarthrosis: incidentie is variabel, wordt beïnvloedt door
meerdere factoren
· infectie
· falen materiaal
· slechte repositie
· ectopisch botvorming
· zenuw- of vaatletsel
· blaas- of zaadleiderletsel
· liesbreuk
· hardware intra-articulair