Proximale tibiafracturen
Tibiaplateau fracturen
Anatomie:
- mediale plateau:
groter, concaaf in het sagittale vlak
- laterale plateau:
convex, meer proximaal gelegen
- laterale meniscus:
groter, draagt meeste gewicht lateraal
- mediaal: gewicht
gelijkmatig verdeeld over meniscus en kraakbeen
56% geassocieerde
weke delen letsels:
- VKB letsel, vaak
verbeterd met fixatie mediale plateau fragment
- 20% meniscus
- bandletsels: cave
restinstabiliteit na osteosynthese
- vaat-zenuwletsels:
compartimentsyndroom
Radiologie:
- let op
fibulafractuur
- let op avulsies:
bandletsels
Classificatie:
Schatzker: fig. 28-10
mediaal:
vaak HET, meer bijkomende letsels
Therapie:
grofweg 2 opvattingen
- herstel anatomie
gewrichtsvlakken
- herstel knie
stabiliteit
- conservatief: geen
dislocatie, stabiel, operatie niet mogelijk
- aantippen,
loopkoker, evt. tractie
- operatief:
- absoluut: open fracturen, compartimentsyndroom,
vaatletsels
- open fracturen: evt. primair fixatie
- niet gedisloceerd: percutane schroef
- gedisloceerd: repositie open of gesloten, arthroscopisch
geassisteerd
- elevatie articulaire vlak
- mediaal + lateraal: repositie, schroeffixatie, fixateur
externe (vroeger: 2 platen)
Complicaties:
- malunion regelmatig
bij conservatieve therapie
- infectie: bij
bilateraal met ORIF: 25%
Eminentia fracturen
Mechanisme:
- hyperflexie
- torsie en axiale
kracht bij hyperextensie
VKB letsel
Anatomie:
eminentia: mediale
spiek: VKB
Diagnose:
o.a. Lachman +,
haemarthros met vetbolletjes in aspiraat
Classificatie:
Meyers en McKeever:
mate van dislocatie: fig.: 28-16
Therapie:
- type 1: loopkoker,
20o flexie
- type 2, 3: gesloten
repositie, open indien nodig; interpositie van haematoom,
osteochondraal fragmenten, meniscus scheuren
- type 3:
conservatief alleen bij immatuur skelet succesvol
- fixatie: open of
scopisch: diverse technieken
Complicaties:
- extensie deficit,
laxiteit (vaak geen functionele beperkingen)
- vergrote eminentia:
evt. Notchplastiek
Subcondylaire
tibiafracturen
zonder
intra-articulaire fracturen zeldzaam
Therapie:
- niet gedisloceerd:
bovenbeengips
- operatief: pen,
plaat, fixateur externe
Luxaties
Knieluxaties
- zeldzaam
- veel weke delen
schade
- art. poplitea
beschermd door adductor hiatus (proximaal) en arcus van soleus (distaal)
- n. tibialis alleen distaal
- n. peroneus:
regelmatig tractielaesies, onvoorspelbaar beloop
- vaak spontane
repositie, dus diagnose vaak lastig: VA
instabiliteit aanwijzing
Classificatie: tibia t.o.v. femur
- anterior: meeste,
hyperextensie
- posterior: kracht
op proximale tibia
- lateraal: valgus
rotatie, mediaal: varus rotatie: i.h.a. proximale tibia fracturen gecombineerd
Therapie:
- algemeen:
repositie, evt. eerst exploratie vetletsels
- anterior: gips in
lichte flexie
- ligament schade:
gips, primair herstel, uitgesteld herstel: indien chirurgisch: na 2 weken
herstel kruisbanden: geen concensus
- evt. herstel
zenuwschade
zie ook: algoritme
fig. 28-18
Complicaties:
na chirurgisch
herstel: vaak stijfheid en pijn
Patellaluxaties
- vaak spontane
repositie
- schade extensor en
retinacula
- kans op
re-dislocatie en chronische klachten
Anatomie:
- MPFL: mediale
patellofemorale ligament belangrijkste stabilisator tegen laterale luxatie
- MPFL deficiënt:
mogelijk patella alta
-
predisponerende factoren: vastus medialis atrofie, patellofemorale dysplasie,
toegenomen
tibiofemorale hoek, femorale anteversie,
tibia exorotatie, voorgeschiedenis met instabiele
patella
Classificatie:
- extra-articulair: meeste
- intra-articulair: rotatie rond verticale of horizontale as; extensor
apparaat laesie
Diagnose:
o.a. pijn mediale
retinaculum, haemarthros, pijn mediale epicondyl (teken van Basset),
positieve laterale
apprehension test
Radiologie:
ook predisponerende factoren bepalen
Therapie:
- repositie: evt.
open bij intra-articulaire varianten
- preventief: herstel
MPFL
Fibula kop luxatie
Anatomie:
stabiliteit door
ligamenten (m.n. anterior, superior: laterale collaterale lig.) en verticale
inclinatie
Classificatie:
- anterolateraal:
meeste, knieflexie en contractie anterolaterale spieren
- posterolateraal:
meest geassocieerd met n. peroneus letsel
- superior:
geassocieerd met fracturen en ligamentaire laesies onderbeen
Therapie:
- gesloten of open
repositie
- evt. fixatie
Quadricepspees ruptuur
Contractie Q met knie
in flexie
®
40 jaar
Therapie:
- operatief:
anastomose van peesuiteinden
- postoperatief gips
- uitgesteld:
lastiger, minder goed resultaat, evt. reconstructies