Hoofdstuk 4

 

 

MORBUS PAGET

 

 

1876, osteïtis deformans. Zelden jonger dan 40 jaar, 3-4% bevolking > 50 jaar en 10-15% > 80 jaar. Iets meer mannen, 25% positieve familie anamnese. Zelden in Scandinavië, India of Oriënt.

 

 

Pathologie

 

Focale toename in osteoclastische botresorptie, met een compensatoire toename in botformatie, daardoor sterk gevasculariseerd, zwakke structuur met makkelijk deformi-teiten en pathologische fracturen. Botresorptie cellen bevatten cytoplasmatische inclusies van paramyxovirussen

Lytische fase (intense osteoclastische botresorptie), later compensatoire botformatie (mixed fase) en daarna intense osteoblastische botformatie (sclerotische fase)

Patgetbot heeft een irregulair mozaïek patroon met cementlijnen.

Theorie: osteoclasten na virus (mazelen en RSV ) chronisch geïnfecteerd.

 

 

Kliniek

 

Kan in elk bot, vaak asymptomatisch en geen behandeling noodzakelijk.

Symptomatisch dan: botpijn, botvergroting (spinale stenose, impingement craniale zenuwen) Pseudo en pathologische fracturen, arthrose.

Zelden hypercalciurie/hypercalciemie.

Maligniteit kan in Paget laesie ontwikkelen (1%).

 

 

Diagnose

 

Radiologie:      Botscan en daarna X (bowing, transeverse fractuur, vergroting wervellichaam)

Lab:                 alk. Fosfatase verhoogd.

 

 

Behandeling

 

Indien nodig (botpijn, neurologie, hartfalen, ter voorkomen fractuur); NSAID’s

 

 

Medicatie

 

Calcitonine (20% ontwikkelt resistentie) en bifosfonaten.