Hoofdstuk 7
FRACTUURGENEZING EN RESPONS OP BOTLETSEL
Fractuurgenezing
gebeurt in elkaar overlappende fases:
-
Vorming van
lokaal hematoom t.p.v. fractuurstukken
-
Ontstekingsreactie Duur: 24-72 uur.
Tumor/dolor/rubor/calor met:
-
ontstekingsmediatoren,
groeifactoren (TGF-b), cytokines (interleukine-1 en 6), PDGF (platelet derived
growth factor) etc.
-
ontstekingscellen
(leukocyten, macrofagen en mestcellen)
-
vorming van
een fibrinenetwerk
- Reparatie/callusvorming: - migratie van ongedifferentieerde
mesenchymcellen naar wond
- opruimen beschadigd/necrotisch weefsel door osteoclasten
- vorming van extracellulaire matrix door osteoblasten
(vorming kraakbeen en type 2 collageen)
- Capillairingroei
- kraakbeen wordt later vervangen door bot (enchondrale
ossificatie) en type 1 collageen
-
Remodellering: (a) corticaal bot: resorptie
dood bot door osteoclasten en nieuwe botaanmaak door osteoblasten.
(b) spongieus bot: voorlopercellen differentiëren naar osteoblasten
na invasie dood bot, toename dikte trabeculaire botmassa.
Mechanische factoren
Remodellering van brugcallus is, i.t.t. primaire callus,
afhankelijk van mechanische factoren. Botgenezing onder rigide plaat: weinig
stress ®
weinig callusvorming ® botgenezing bijna volgens normale remodelleringsprocessen
van corticaal bot (zgn. ostenale genezing). Door niet te vermijden
microbewegingen van de fractuuruiteinden onder plaat toch altijd wat
callusvorming, hoe stijf plaat ook is.
Eisen fixatieplaat voor goede consolidatie:
-
voldoende
rigide om torsie te voorkomen in vroege genezingsfase.
-
enige axiale
compressie toelaten voor normale remodellering en voorkomen van osteoporose in
late fase.
Biologische factoren
1. vascularisatie:
- bloedtoevoer fractuuruiteinden met name uit medullaire vaten
en niet uit periost.
- vaatnieuwvorming uit endotheelcellen vanuit bindweefsel in
de buurt van fractuur (piek na 10 dagen) met als belangrijkste doel callus
vorming (= extra ossens blood supply).
Ondanks verhoogde bloedtoevoer rond fractuur is er wel sprake van een verminderde zuurstofspanning. Daardoor stimulatie ca-release uit chondrocyten naar botmatrix met als gevolg botmineralisatie.
Kans op slechte botgenezing bij:
- hoogenergetisch trauma met devascularisatie en uitgebreid
weke delenletsel
- afgesneden bloedtoevoer door plaats van de # (b.v. os
scaphoïdeum, talus, collum femoris
Atrofische non-union:
- geen callus
- sclerotische botuiteinden
- gesloten spongieus bot bij #-uiteinden
Vertraagde botgenezing:
- geen irreversibele biologische veranderingen zoals bij
non-union
Hypertrofische non-union:
- veel callus, geen brugcallus en duidelijk zichtbare #-lijn
op röntgenfoto. Mechanische situatie moet worden veranderd (b.v.
IM-penfixatie).
2.
infectie.
3.
ischaemie
4.
leeftijdpatiënt
(hoe jonger, hoe sneller botgenezing)
5.
voedingsstatus
Groeifactoren bij fractuurgenezing:
-
Type 3 en 5
collageen (1e week)
-
Type 2 en 9
collageen (2e week) = kraakbeenfase
-
Type 10
collageen(>2e week)= ossificatiefase
-
Type 1
collageen, mits er sprake is van een stabiele fractuur
ostenectine: vroege marker van botvorming
osteoclacine: in harde callus, dus laten
Beide factoren zijn nodig voor normale botvorming en worden
gereguleerd door lokale factoren.
TGF-b: (Tissue Growth Factorn) is belangrijke stimulator van
botvorming. Stimuleert collageenaanmaak en remt osteoclastactiviteit.
BMP’s: (bone morphogenetic proteïns) zijn eveneens stimulatoren
van botvorming
Osteoconductieve materialen:
Functie: - matrix waarover botingroei kan plaatsvinden, zodat minder autoloog bot van patiënt nodig is.
- stimulatie vaatingroei en botvorming
Bv.: - hydroxy-apatiet (uit zeekoraal)
- mix van calciumfosfaat en collageen
- anorganische calciumfosfaatpasta
(“dahllite”)
Biofysische stimulatie:
Wet van Wolff: het vermogen van bot zich aan te passen aan
mechanische stimuli
Bv. - botverlies bij rigide plaatfixatie.
- hypertrofische non-union bij verhoogde beweeglijkheid
fractuurstukken.
Betere fractuurgenezing bij:
-
controlled
weigth bearing en axiale microbewegingen
-
toedienen van
elektrische stroom
-
toedienen van
elektromagnetische stimulatie (PEMF: pulsed elektromagnetical field)
-
akoestische
stimulatie (ultrageluid)
-
beenmergstimulatie,
waardoor vrijkomen groeifactoren met een systemische osteogene respons