Hoofdstuk 8

 

 

BOTTRANSPLANTATEN

 

 

Autografts

 

Weefsel uitgenomen van een plaats in het lichaam en teruggeplaatst elders in hetzelfde individu. Dus histocompatibel.

 

-     vaatingroei en celingroei nodig van pluripotente cellen die differentiëren naar osteoclasten en osteoblasten.

-     graft is matrix (osteoconductie) = passief.

-     graft beďnvloedt dit proces door uitzenden signalen (osteoinductie) = actief.

-     graft zit vol groeifactoren en osteoinductieve stoffen b.v. BMP’s  die botvorming stimuleren.

 

 

Niet-gevasculariseerde grafts

 

Zonder intacte bloedtoevoer getransplanteerd.

 

Haematoomvorming, waarna fibrovasculaire respons: ontstekingsreactie door necrose van transplantaat waarna

                                             - bij spongieusbot:      - snelle vascularisatie

                                                                                - osteoblastische activiteit gevolgd door osteoďdvorming en mineralisatie

                                                                                - later osteoclastische activiteit met resorptie graft   

                                             - bij corticaalbot:         - langzame vascularisatie (perifeer en door Haverse kanalen)

                                                                                - sterke osteoclastische activiteit met botresorptie (Ro)

                                                                                - daarna osteoblastische activiteit en remodellering

 

 

Gevasculariseerde graft

 

Doordat er geen necrose optreedt, blijft transplantaat in remodelleringsfase.

 

 

Allografts

 

Weefsel getransplanteerd tussen 2 leden van dezelfde soort (konijn-konijn, mens-mens). Het gebruik van gerevasculariseerde grafts is hierbij (nog) niet mogelijk i.v.m. acute af-stotingsreacties. T.g.v. bewaartechnieken is er geen cellulaire activiteit in transplantaat. Gevolg: langzamer aanslaan graft, vergeleken met autograft.

Door initiële demineralisatie treedt verhoogde osteoblastische respons op.

Nadeel: verminderde sterkte transplantaat in begin. Cave overbrengen ziektes.

 

 

 

Xenografts:

Transplantatie tussen 2 soorten. Geen goede resultaten.

 

Synthetische materialen als botgraft:

Stoffen met osteoconductieve eigenschappen. Gebruikt bij herstel van botdefecten waar weinig biomechanische krachten op staan of ter opvulling van gaten, soms gecombineerd met autoloog beenmerg of bottransplantaten, soms als carrier van groeifactoren.

-      Hydroxyapatiet (HA), wordt niet geresorbeerd, is sterk

-      Tricalciumfosfaat (TCP), langzame resorptie, maar is broos

-      Mengsel van HA en TCP

-      Collageen

-      Polymeren van polylactaatzuur of polyglycolic acid

 

 

Klinische overwegingen:

Hostfactoren:        -    bij interposititie van inert materiaal tussen graft en ontvanger verminderde influx van cellen en vaten.

                              -    infectie

                              -    achterblijven van tumorweefsel

                              -    bestraling/chemotherapie (bv. Adriamycine, methotrexaat)

-    goede implantatie in bindweefsel gastheer noodzakelijk

Graftfactoren:         -    voorbehandeling graft is van invloed op resultaat

                               -    immunologische factoren.

 

Niet-gerevasculariseerde autografts:

Superieur in vergelijking met andere grafts, m.n. bij non-union of bij noodzaak snelle incorporatie of grote afstanden die overbrugd moeten worden. (bv. arthrodese).

 

-      corticaal bot:     indien structureel element nodig zoals botspaan/blokje.

-      spongieusbot:   opvullen van botdefecten.

 

Gerevasculariseerde autografts;

-      minder afhankelijk van gastheerfactoren

-      ideaal in gebied van bestraling, ontsteking, na weke delenletsel door trauma/ tumor-resectie of bij algehele slechte conditie nb bv. chemotherapie.

-      er kunnen grote afstanden mee overbrugd worden.

 

Nadelen:  -    operatietechnische beperkingen

                 -    tijdrovende techniek

                 -    alleen mogelijk met fibula, rib of bekkenrand

                 -    hoeveelheid en vorm donorbot beperkt.

 

Allografts:

Geen donorsite nodig, ongelimiteerde voorraad.

Resultaten zijn vergelijkbaar met die van autografts, zeker na diep invriezen of goede matching histocompartibiliteit.

Ideaal voor gebruik bij fors segmentaal botverlies en aseptische omstandigheden.

Ook gebruikt voor opvullen botdefecten, bij arthrodeses en fractuur repair.

 

Immunologische factoren:

Verse allografts zijn sterk immunogeen i.t.t. bevroren of gevriesdroogde allografts.

 

 

 

Immunogeniteit t.g.v.  -    cellen (m.n. die uit beenmerg)

                                    -    oppervlakteantigeen (major histocompatibility compex, MHC) ® activatie T® killercellen®cytokineproductie®osteoblastactivatie®botresorptie.

 

Uit studies blijkt groot gedeelte patiënten immuunreactie (HLA-sensibilisatie) te hebben na transplantatie bevroren allograft. Klinische consequenties hiervan onduidelijk.

 

Botbank:

Donoren                 -    levend (operatiemateriaal)

                               -    dood

 

Nodig:                     -    toestemming donor

-    screening op overdraagbare ziektes een aandoeningen die botkwaliteit verminderen

 

Contra-indicaties:  -    sepsis/botinfectie

                               -    maligniteiten, m.n. diegenen die botmetastasering geven

-                                  virusziekten bv. hepatitis, rabies, Creutzfeld-Jacob, AIDS, soa’s

                               -    toxische stoffen in lichaam

                               -    collageenziekten

                               -    onbekende doodsoorzaak

 

Uitname:                -    steriel

                               -    niet steriel met secundaire sterilisatie

 

Botbewerking:        -    diep invriezen

                               -    lyophilization (verminderde sterkte door ontstaan van scheuren hierbij, dus niet erg geschikt voor segmentale botvervanging)

                               -    chemische sterilisatie

 

Bij kraakbeen is wel behoud van cellulaire activiteit noodzakelijk, dus moeten gewrichts-oppervlakten worden voorbehandeld met glycerol of DMSO voor invriezen.

 

Toekomst:              -    gebruik van verse gerevasculariseerde allografts

                               -    voorbehandelen allo- of xenograft

                               -    gebruik groeifactoren

                               -    stimulatie van oestogene activiteit patiënt zelf door medicatie/fysische stimulatie.