Hoofdstuk 9           

 

 

ARTICULAR CARTILAGE

 

 

Kraakbeen

 

Geen innervatie

Avasculair

Bradytrofisch

Immunologisch geprivilegieerd

 

Elke cel omgeven door matrix

Cel-cel interactie door biofische modulatie

Matrix en ionbewegingen afhankelijk van mechanical loading

 

Chondrocyt is autonoom voor weefselherstel en reactie op infectie

 

 

Weefsel architectuur

 

1.    Oppervlakkige zone fungeert als “basaalmembraan” 1-3 lagen platte cellen produceren specifiek proteoglycaan en heeft de eigenschappen van een macrofaag. Reageert op IL-1
10% weefselaandeel.

 

2.    Midden en diepe zone bestaan uit cellen die sferisch van contour zijn en omgeven door een halo waarin matrixproducten. 80 % weefselaandeel.

Enkele cellen samen vormen een Chondron in deze laag.

 

3.    Tijdsmarkering is een celvrije laag van 10 micrometer tussen verkalkte en niet-verkalkte matrix welke omhoog migreert met de leeftijd.

 

4.    Verkalkte zone vormt de overgang met botweefsel. NB geen uitwisseling!

 

 

Moleculaire structuur

 

Water, filamenten, hydrofiele bestanddelen en ionen zijn verantwoordelijk voor de biomechanische eigenschappen van de matrix van kraakbeen.

 

Filamenten (fibre) zijn Collagenen die water binden in verhouding 1 gram op 0,8 gram. Hydrofiele componenten zijn proteoglycanen, Hyaluronzuur en glycoproteïnen. Deze houden water vat in een verhouding van 1 gram op 8 gram!

 

Mechanische belasting zorgt voor uitwisseling van water en nutriënten of afvalproducten vocht en stoffen uit de matrix te persen ofwel erin te zuigen.

Dit heet ook wel lubricatie.

 

90% van de droge massa van collageen bestaat uit collageen type II proteoglycanen (Aggrecan) en Polysacharide (Hyaluron).

 

 

 

 

 

Collageen:

90% type II, eromheen type IX en voorts type VI en X die een netwerk vormen. X komt met name in fetal growth plate cartilage voor en type VI in gebieden met hoge belastingsstress. Type X heeft een relatie met Arthrose.

 

Proteoglycanen:

Aggrecan is de belangrijkste welke twee extended en 3 globulaire domeinen kent. Aan de extended domeinen zitten koolhydraten die voor de hydratie zorgen.

 

Andere zijn decorine, lumican (glycoproteïne) fibromoduline en biglycan.

 

Superficial zone proteïn:

(SZP) is belangrijk bij de gewrichtssmering en kom voor in de buitenste laag. Het toont overeenkomsten met een mucoproteïne uit het Maagdarmkanaal (keratansulfaat toegevoegd)

 

Hyaluron:

Is een eiwitvrij polysacharide welke bindt aan proteoglycanen via verbindingseiwit aan G1 domein op Aggrecan en vormt op die wijze grote aggregaten die niet uit het gewricht kunnen. Het vertoont rheodynamisch gedrag wat wil zeggen dat het zonder druk driedimensionaal is en als schokbreker functioneert en onder druk vervormt tot filamenten die glad zijn.

 

Glycoproteïnen zijn verantwoordelijk voor functionele eigenschappen van kraakbeen, fungeren als weefselcement en reguleren het chondrocyten fenotype.

 

1.    COMP: 5 monomeren in spinvormige configuratie bindt aan de cel en aan andere eiwitten.

2.    Fibronectine in grote hoeveelheden duidt op pathologie.

3.    Chondrocalcine is specifiek voor kraakbeen (collageen type II associatie) Chondronectine idem.

4.    Laminine zit normaal in een basaalcelmembraan.

5.    Lubricine onduidelijke functie.

6.    Tenascine speelt een rol in crosslinking matrix, veel is pathologie.

7.    Chondroadhaerine bevordert adhaesie tussen chondrocyten.

 

CMP Cartilage Matrix Proteïn

CMPG bindt de chondrocyt aan extracellulaire matrix en is actief in ion transport.

 

Matrix metalloproteinase actief in turnover van matrix, veel bij arthrose

Collagenase klieft collageen.

Stromelysine klieft polypeptideketens.

 

TIMP: Tissue induced MP inhibitie, TIMP 1,2 en 3 voorkomen angiogenese in kraakbeen want die loopt via MP’s.

 

Extracellulair Na+ en K+ zijn ionen voor proteoglycan anionen. Ca++ is wisselend verdeeld in de matrix.

 

Statische belasting geeft degradatie van kraakbeen.

Dynamische belasting geeft synthese van matrix.

 

 



De chondrocyt:

 

Embryogenese: zonal proliferation in presumptuous cartilage and bone tissue

Specifiek in deze periode is Collageen X

 

Bij beschadiging produceren chondrocyten grote hoeveelheden instabiele matrix wat uiteindelijk fibroblastoid weefsel wordt.

 

 

Basis metabolisme

 

Laag!!

Crabtree effect is als glucose de zuurstof consumptie onderdrukt. In kraakbeen zie je dit met name in de bovenste lagen waar veel glucose is. In de diepe lagen is weinig zodat daar meer zuurstof wordt verbruikt. Biabetes mellitus verstoort dit.

Celwanden van chondrocyten hebben geen contact, de membraaneiwitten wel.

Vetweefsel in kraakbeen fungeert als een specifieke lubricant en is meestal dipalmityl Fosfoidyl Choline.

Na K kanalen transporteren Ca voor K.

 

 

Integrinen

 

Eiwit voor cel contact ( nvt) en celmatrix interactie.

Signaaltransductie via fosforylering intracellulair.

Bij metabool actieve cellen is een verhoogde integrineproductie waargenomen.

 

 

Hyaluronreceptoren

 

Belangrijke bestanddelen in celmatrix constructie en metabolisme van de matrix. Proteoglycanen gebonden aan filamenten van hyaluronzuur binden aan receptoren van de celwand. Relatie met CD 44

 

 

Hormonen en receptoren

 

FGF, IGF, PTH, FGF-ß, GP1.

Een rol in groei, dedifferentiatie naar fibroblast, transitie naar calcificatie, anabool.

Steroïd receptor Vit. D differentiatie van kraakbeen in de groeischijf en transitie naar calcificatie.

Thyroxine stimuleert de matrixproteïne synthese.

 

 

Catabole mediatoren

 

IL1 relatie met arthrose.

Histamine ook aangetoond.

Prostaglandinen uit chondrocyt oiv IL1 vertienvoudigt.

Immunoglobuline receptor op chondrocyt brengt een immuunreactie teweeg via 1a antigeen op immuuncompetente cellen.

 

Chondrocyten zijn in staat om te fagocyteren en hebben het vermogen om een burst van vrije zuurstofradicalen aan de oppervlakkige laag los te laten. Dit is de autonome reactie van kraakbeencellen tegen bacteriën en virussen.

Intracellulaire elementen

 

Mitochondrieën controleren Ca metabolismeafhankelijk Van zuurstof druk. Link met arthrose.

 

Golgi en matrix protéine synthese.

Productie van de voor kraakbeen specifieke keratansulfaat sidechains. Proteoglycan synthese is een maat voor anabole of catabole status.

 

Heat stroke proteïnes beschermen tegen acute celstress.( bv bij RA te detecteren).

 

 

Pathofysiologische events

 

Reparatie na trauma vindt allen plaats bij diepe laesies tot aan het subchondrale bot en dan vormt zich weefsel dat niet uitgerust is voor repetitieve belasting.

 

Arthrose die klinisch mild is is al irreversibel histologisch. In vitro is wel repair aangetoond. Deze kan geactiveerd worden door schade, bacteriën, virus, gewrichtsirritatie en auto-immuun processen.

 

Bij infectie eerst ontsteking, dan repair. IL1 speelt een rol bij degradatie.

 

Bij chronische arthrose vindt een irreversibel verlies van aggrecan, grote proteoglycanen op. Het kraakbeen wordt zacht, zwelt, en houdt op met de productie van type II om allen nog type I, III en X te maken. Voorts vindt apoptose plaats en vormt zich bot.